Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de invloed van physische en chemische agentia op de flimmer-beweging werd door Purkinje en Yalentin onderzocht (1). Mechanische schudding of aanraking maakt ze levendiger, en wekte ze weder op, wanneer zij reeds was uitgedoofd. Zij houdt op bij eene temperatuur van + 3° en, zoo als van zelf spreekt, bij eenen warmtegraad, die de organische vloeistoffen doet stollen. Galvanismus werkt alleen plaatselijk nadeelig, en wel waarschijnlijk door scheikundige ontleding. Onder de scheikundige reagentia oefenen, zoo als reeds vermeld is, de narcotica geenen invloed op haar uit, azijnzuur ook in zeer verdunden toestand, en sterke minerale zuren vernietigen de beweging snel'; niet minder nadeelig werken ammonia liquida en salpeter, verder van de metaalzouten het sublimaat, salpeterzuur zilver en lartarus stibiatus. Aluin, salmiak, keukenzout, voorts aether en alkohol, werken dan alleen schadelijk, wanneer zij in zamengedrongen toestand worden aangewend. Door bloedwei kan de duur der llimmerbeweging zeer worden verlengd; indifferent of gunstig doen zich urine, dojervloeistof, eiwit en melk voor; gal doet de werkzaamheid der ciliën oogenblikkelijk ophouden.

Door de flimmerbeweging wordt er in de vloeistof, waarin de cdiën werken, eene strooming voortgebragt, en wel in eene tegenovergestelde rigting van die, in welke zij zich krommen, omdat zij bij hare uitstrekking de vloeistof van zich afstooten. Men kan zich daarvan overtuigen, wanneer men er kleine deeltjes, b. v. de ligchaampjes van het zwarte pigment, bijvoegt, nog gemakkelijker en met het bloote oog, wanneer men de llimmerende oppervlakte met een gekleurd poeder, koolstof enz., bestrooit. Op het flimmerende vlies van het keelgat van den kikvorsch wordt het tamelijk snel van boven naar beneden, naar de maag toe bewogen. \ aste deeltjes, die in de vloeistof drijven, welke de ciliën omgeeft, worden door den opgewekten stroom snel naar den'flimmerenden rand toe aangetrokken en langs denzelven heengevoerd of weder afgestooten (2); afzonderlijke losse stukjes eener flimmerende

nen wij aannemen, dat elk haartje, hij eene normale flimmer-beweging 2—3 zeldzamer, zoo als schijnt, meer volkomene bewegingen in de seconde" maakt. (I

wagner's Handw. i, 503.) ,

; vert.

(1; t. a. p. p, 70 en volg.

(2) De snelheid, welke de ciliën van het slijmvlies van den mond van de kik-

21 *

Sluiten