Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijk zijn, dan is het moeijelijk te begrijpen, waarom zij in het ééne stelsel van organen aanwezig zijn en in het andere ontbreken, of in betzelfde orgaan van verschillende dieren nu eens voorkomen, dan weder niet, zoo als b. v. de leverkanalen bij wijze van uitzondering bij de weekdieren flimmeren, en de conjunctiva palpebrarum dit slechts bij menschen doet. Ook mag men niet uit het oog verliezen, dat j uist dan, als vloeistoffen moeten worden voortbewogen en werkelijk voortbewogen worden, het flimmerepithelium dikwijls het allereerst verloren gaat en het eerste is, wat verwijderd wordt, zoo als bij den catarrhus. Eindelijk komt er nog flimmer-epithelium op oppervlakten voor, langs welke, in gezonden toestand tenminste, niets voortbewogen wordt, zoo als inde hersenholligheden, de sereuse zakken, enz. Dit alles moet tot het besluit leiden, dat de fliinmerende epitheliën nog eene andere beteekenis hebben dan de mechanische, die het eerst voor de liand ligt.

De drie beschrevene opperhuidvormen zijn algemeen door de dierlijke schepping verspreid , en er schijnen in het maaksel van derzelver elementaire deeltjes slechts enkele, minder gewigtige verschillen voor te komen. Zoo schijnt de cytoblast der plaveiselvormige epithelium-cellen, in de huid van den proteus gegranuleerd, uit afzonderlijke, kleine korreltjes zamengesteld (Valentin, Repèrtor. I, Taf. II, Fig. 34); de flimmerende epitheliumcellen zijn niet steeds cylindrisch , maaibij de kikvorschen b. v. ook onvolkomen kogelvormig, op hel eene halfrond glad, op het andere met ciliën bezet.

Meer gewigtige punten van onderscheid bieden zich in de betrekkelijke uitbreiding der afzonderlijke soorten van epithelium bij de verschillende dieren aan, en vooral heeft het flimmer-epithelium in dit opzigt de aandacht opgewekt. Purkinje en Yalentin hebben in hunne meermalen reeds aangehaalde geschriften zeer uitvoerige waarnemingen medegedeeld omtrent de vliezen , die bij hoogere en lagere dieren flimmeren; van de vele waarnemingen, die later van verschillende kanten in dit opzigt zijn bekend gemaakt, vermeld ik slechts de' in een histologisch opzigt belangrijke ontdekking van flimmerepithelium op de sereuse vliezen, het hartezakje en buikvlies van

Sluiten