Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overlangsche lijnen digt opeengepakt, en gelijkmatig Tast en innig met elkander verbonden, deels door takkige randen, deels door eene tusschenstof. JYergens vindt men eenig spoor van eene scheiding in meerdere lamellen.

Aan fijne loodregte doorsneden zag Koiilrausch (1) nagenoeg regelmatig bij volwassenen en zonder aanwending van azijnzuur overblijfselen van kernhoudende cellen aan de ondervlakte van den nagel, vooral aan de overlangsche plooijen. Iets hooger zag hij de cellen afgeplat, en in vele de kern; verder naar boven vertoonen zich de kernen als eenigzins verlengde, smallere of in 2 korreltjes verdeelde ligchaampjes van 0,0016 tot 0,0025"' lengte en 0,0008—0,0005"' breedte. Zij liggen op de overlangsche doorsnede in overlangsche rijen, op afstanden van gemiddeld 0,005"'. Aaar boven worden zij spaarzamer, kleiner, en verdwijnen eindelijk geheel en al.

De nagels zijn noch in water, noch in wijngeest, noch in aether oplosbaar, en worden door sterkere zuren verweekt, door bijtende loogen opgelost; azijnzuur schijnt slechts de tusschencelstof op te lossen. De scheikundige zamenstelling derzelve is, volgens Mulder en Sciieker :

Mijlder. Scherer.

C 51,00. C 51,089.

H 6,94. II 6,824.

N 17,51. N 16,901.

0 21,75. OS 25,186 (2).

S 2,80.

Omtrent het zwavelgehalte van menschennagelen zijn de proeven, volgens Mulder, nog niet genoeg herhaald. Uitgaande van de analyse van koeijen- en paardennagelen, vindt hij voor dezelve eene uitdrukking in de formule:

C120 IJ186 ]\34 036 S4.

Deze formule stelt voor:

(O» H62 flio (O12 N4)) + 2 (C40 H62 N10 (O12 S2).)

Zij drukt uit eene innige vereeniging van twee stoffen, welke

(1) (t. a. p.)

(2) IVIoinER's Pht/siol. Schei k., pa(<*. 5G3

Sluiten