Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als bi-oxy-proteine kunnen worden voorgesteld, maar waarin liet oxygenium, hetwelk in bi-oxy-proteine meer is dan in proteine, door N4 en S2 is gesubstitueerd (1).

In zoo verre als de huid der nagelgroef en de oppervlakte der cutis, die door den nagel bedekt wordt, het nagelbed, de vaten bevatten, die de vormingsstof van den nagel leveren, kan men deze deelen matrix van den nagel noemen. Ilare gedaante bepaalt daarom den vorm van den nagel. Zijne bovenste oppervlakte is glad, de onderste overlangs gestreept op dezelfde wijze als de cutis. Deze heeft namelijk van den achterrand af aan eene menigte van verhevene lijnen of plaatjes, die overlangs van voren naar achteren loopen : voor het grootste gedeelte loopen zij evenwijdig; somtijds verbinden zij zich ook onder zeer scherpe hoeken met elkander. Op de scherpe randen van deze lijnen zijn korte, cylindrische tepeltjes geplaatst. Slechts aan den kleinen teen staan de papillen van het nagelbed meer verstrooid en niet op plaatjes. De overlangsche strepen zijn zeer fijn en digt opeengeplaatst op het achterste gedeelte van het nagelbed, zij woulen echter naar voren dikker en breeder, en deze dikkere strepen beginnen plotseling juist in eene naar voren convexe lijn in de nabijheid van den voorsten rand der groef. Zij gaan, nagenoeg als van eene pool, van één punt uit, dat zich in het midden of ongeveer in het midden van den achterrand van het nagelbed bevindt. De middelste loopen regt naar voren. De zijdelingsche gaan aanvankelijk in eenen boog langs de groef heen, en de boog is des te grooter, hoe verder de strepen naar buiten gaan, nagenoeg als aan de meridiaanlijnen van eenen geprojicieerden globus. In den bodem dezer groef zelve worden nog eenige zeer aanzienlijke dwarsplooijen met sterk uitstekende papillen gevonden. ^ De bovenste wand dezer groef is glad. In de tussenruimte der plaatjes en papillen dringt de nagelzelfstandigheid in ; zij is daarom eveneens aan de ondervlakte overlangs gestreept en met korte, spitse verlengsels voorzien, welke in de tusschenruimte der papillen ingaan. Deze strepen schijnen, ook reeds voorliet bloote oog zigtbaar, door de oppervlakte van den nagel heen, en hebben tot het vermoeden aanleiding gegeven, dat 'de nagel' uit

(1) t. a. p., paj. 564.

Sluiten