Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke betrekking (leze beide groeiwijzen tot elkander staan, is nog niet uitgemaakt. Wanneer de vorming van nieuwe cellen op alle punten van het nagelbed in dezelfde mate plaats greep, dan zou de nagel aan den vrijen rand even zoo dik moeten zijn, als hij lang is. Daar dit echter niet het geval is, zoo moet men besluiten, dat de vorming van nieuwe cellen aan den achterrand sneller plaats grijpt dan op het nagelbed; men is te meer geregtigd om dit aan te nemen, daar aan den achterrand de bloedvaten niet alleen van onderen, maar ook van achteren en van boven zelfstandigheid aanvoeren. Wanneer in pathologische toestanden, b.v. bij congestive toestanden van het nagelbed, de vorming van nieuwe cellen op deszelfs oppervlakte bovenmatig sterk is, dan verkrijgt de nagel eene buitengewone dikte, en vertoont zich uit even groote en op elkander liggende blaadjes gevormd, waarvan het bovenste telkens van voren over het vlak daaronder gelegene blaadje heensteekt. Omgekeerd houdt somtijds, na ontsteking en vergroeijing der nagelgroef, de vorming van nieuwe cellen aan den achterrand op; de nagel groeit dan niet meer over de punt des vingers heen, maar bedekt slechts, aan alle randen naauwkeurig aansluitende, het nagelbed. Of het groeijen van den nagel aan eenen natuurlijken term gebonden is, laat zich bij onze gewoonte, om de nagels af te knippen, niet uitmaken ; uit de bestendig plaats hebbende regeneratie mag men niet tot een bestendigen groei in normalen toestand besluiten. Wel is waar wordt, volgens E. H. Weber (1), bij kinderen de vrije rand van tijd tot tijd als een halvemaanvormig stuk afgestooten, hetgeen op een voortdurenden groei zou duiden; maar bij volken, die ze ongehinderd laten groeijen, zoo als de Chinezen, bereikt hun groei eene zekere grens (volgens Hamilton (2) zouden zij 2" lang Avorden); zij zijn dan afgerond en om de punten van vingers en teenen eenigzins gebogen. Zoo groeijen ook de hoeven bij paarden, die beslagen worden, en wier hoeven derhalve daarbij worden afgesneden, steeds weder aan, terwijl zij bij andere dieren, zoo als b.v. bij het rundvee, wanneer zij eenmaal hunne volkomenc ontwikkeling verkregen hebben,

(1) IIlLDEBIÜPinT'S Anat. (, 105.

(2) New account of tlie iïasl-Tndies. T. ÏI, p. 27.').

Sluiten