Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelmatigheid duurt echter slechts zoo lang als de nagel week is. Heeft hij eene behoorlijke mate van vastheid verkregen, dan wordt de oppervlakte glad, en de rand begint allengs over de punt des vingers heen te steken (Lautii). Het verdient opmerking, dat er zich na het verlies van het derde of van het tweede en derde vingerlid, gelijk zoo dikwerf is waargenomen (1), een gebrekkige nagel op het tweede en zelfs op het eerste lid vormen kan.

I)e nagels der drie bovenste dierklassen bezitten deels meer of minder overeenkomst met menschennagels (zoo als bij de apen, de olifanten enz.), deels zijn zij lot klaauwen ontwikkeld , waarbij de hoornplaatjes zich in eene punt verlengen en buigen, en hunne zijranden rondom het vingerlid naar elkander toe groeijen, deels zijn zij in hoeven veranderd, die eenvoudig of gespleten zijn. Het maaksel der klaauwen schijnt van dat der nagels niet wezenlijk te verschillen; de hoef daarentegen bevat een stelsel van buizen, die aan het bovenste uiteinde de vlokvormige verlengsels der zoogenaamde vleeschkroon bevatten, maar verder naar onderen hol zijn. Zij zijn, volgens Gurlt , op de dwarse doorsnede uit concentrische ringen (derhalve uit concentrische plaatjes) gevormd, en door eene vormlooze, met puntvormige ligchaampjes voorziene hoornstof verbonden, die boven de huid in de tusschenruimten der vlokken ontstaat. Yolgens IIesse bevatten de buizen pigment of aardachtige bestanddeelen. Bij jonge dieren, waar de onderste laag van den hoef nog week en wit is, even als de kiem eener veder, zijn ook de buizen van de hoef met eene laag van dergelijke witte zelfstandigheid omgeven (Mayo). Verg. Mayo, Anatom. and physiolog. comment. Nu ml). II, Julij, 1825, p. 25, Gurlt, Müller's Archiv, 1856, S. 267. Hesse, De ungularum, barbae balanae, dentium ornilhorrhynchi corneorum penitiori structura, Berol. 1859, 8. Gerber, Allg. Anal. S. 81, volg.

De eerste naauwkcurige beschrijving van den nagel en den vorm van het nagel -

(1) De verschillende gevallen vindt men hijeen verzameld hij Pacii , De vulncrum sanatione , p. 98.

Sluiten