Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwijls volkomen rond en scherp afgescheiden, dikwijls ook door enkele pigment-moleculen bedekt is. Deze vlek is de celkern, een kogeltje van 0,0028—0,0050'" doormeting, met een kernligchaampje in het midden. Men herkent haar dikwijls reeds in de ongeschondene cel, zeker echter, wanneer men deze in azijnzuur oplost. De pigmentcellen der choroïdea zijn eenigzins zamengedrukt, doch niet in die mate, als zij zich in den eersten oogopslag wel voordoen, wanneer men ze aizonderlijk laat wentelen. Dij eene aandachtige beschouwing merkt men namelijk, dat de pigmentligchaampjes slechts het achterste, grootere gedeelte der cel innemen, hetwelk naar het adervlies is toegekeerd. Het voorste, iets sterker gewelfde gedeelte (lig. 12, B, a,) blijlt licht, en in het midden van den voorsten wand ligt ook de celkern, die meestal iets boven den celwand uitsteekt (l<ig. 12, C, a). Beschouwt men derhalve den rand der choroïdea, nadat men haar zóó gevouwen heeft, dat de voorste vlakte met het daarop geplaatste pigment den rand vormt, dan schijnt de pigmentcel overtrokken met een licht vlies met ingestrooide celkernen en van den vorm eener opperhuid. Dit vlies is niets anders dan de Waarschijnlijk verdikte voorste wand der pigmentcel zelve. In het overige gedeelte der cel moet, zoo als uit de aangevoerde waarnemingen blijkt, de celwand óf hoogst dun zijn, óf celwand en inhoud zijn niet gescheiden, en de zoogenaamde pigmentcel is als eene vaste massa te beschouwen, waarin de pigmentligchaampjes zijn afgezet, zoodat zij nu eens den rand aanraken, dan weder niet. Dit wordt ook waarschijnlijk door hare verhouding ten opzigte van het azijnzuur. Dit lost namelijk de pigmentcel op, wanneer men het in zamengedrongen toestand en in eene voldoende hoeveelheid bijvoegt, en de ligchaampjes liggen daarna verstrooid. De scheiding der ligchaampjes grijpt echter niet plotseling plaats, even als door eene scheur, maar allengs, daar zij zich in eene zekere mate slechts van tijd tot tijd van het conglomeraat losmaken, zoodat hetzelve allengs van buiten naar binnen lichter wordt. Intusschen moeten er ook wezenlijke blaasjes voorkomen met eenen vloeibaren inhoud binnen den vasten celwand, daar Schwann verzekert eene moleculaire beweging der pigmentligchaampjes binnen de cel te hebben waargenomen (1). Op de

(1) iVikroshop. Unters. s. 87.

Sluiten