Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

choroïdea liggen de cellen in eene eenvoudige laag; dikwijls komen er echter boven of onder haar eene groote hoeveelheid celkernen voor, vrelke misschien tot eene laag behooren, die pas gevormd wordt (1).

De pigmentcellen van het corpus ciliare en van de achtervlakte der iris komen in algemeene eigenschappen met die der choroïdea overeen, maar zijn kleiner en onregelmatiger; zij Zijn , vooral de laatste, slechts zelden hoekig, meestal rondachtig, of komen den

(1) Onder de pigmentlaag van liet oog ontdekte ÜRl'Cn (t. a. p.) een vlies, dat tot de ontwikkeling van liet pigment in eenige betrekking' zou kunnen staan. Het is eene laag van ronde of ovale kernen van ongelijke grootte, waarvan de mcesten 1 tot 3 kernligchaampjes bevatten, zeer bleek en doorschijnend zijn. en in eene teedere, glasheldere, structuurlooze membraan zijn ingesloten. Daarin zijn geplaatst de ovale, nu en dan toegespitste kernen, meestal in digt opeengepakte rijen achter elkander, met de punten naar elkander toegekeerd; ronde kernen komen meer verstrooid voor, en dan scheen het dikwijls, alsof het vlies uit polyedrische cellen gevormd was, waarvan elke eene kern toekwam. Bij menschen strekt dit vlies zich over de geheele choroïdea, het corpus ciliaire en de achtervlakte der iris uit, derhalve zoo ver als het pigment zich voordoet. Op het tayetum en op de voorste vlakte der iris kwam het nooit voor; in het algemeen kon Brdch op de voorste vlakte der iris geen overtreksel ontdekken.

Om het beschrevene vlies te prepareren, verwijdert men met een zacht penseel de pigmentlaag van de choroidea, en schaaft vervolgens met het vlak gehouden scalpel over hetzelve heen. Men verkrijgt bet slechts uit versche oogen en inmikroskopische stukjes. Volgens B. is het identisch met het door Eschricht (MiitJ.ER s Arcliio, 18.58, p. 593) opgegeven weivlies, dat de processus eiliares vormt.

De pigmentcellen der choroïdea van den mensch melen volgens Bboch 0,006G— 0,0121"', gemiddeld 0,0092"', hare kernen 0,0018—0,0031"', gemiddeld 0,0027'"'; de kernen van het EsCHRiCHT-sche vlies zijn 0.0019—0,0025 gemiddeld 0,0022 " breed en 0,0032—0,0043 " gemiddeld 0,0036 " lang.

De metingen van IIarting (t. a. p. pag. 50) komen vrij wel met die van Brüch overeen. Hare doormeting bedroeg bij een foetus 0,0079 —0,0105 gemiddeld 0,0094"', bij eenen pasgeborene 0,0088—0.0128, gemiddeld 0,0107'", bij eene vrouw 0,0088—0,0180 gemiddeld 0.0139"'. Uit zijne berekeringen van de hoeveelheid der pigtmentcellen in de choroïdea op verschillende leeftijden verkreeg hij voor het foetus-oog 1,176,230, voor dat van het kind 11,628,600. voor dat van den volwassene 11,083,700 cellen. Gedurende liet foetusleven schijnen zij derhalve in aantal, later slechts in grootte toe te nemen. Daar Valektin de pigmentcellen bij een foetus van 3 maanden grooler vond dan bij een van 4 maanden, vermoedt IIarting, dat zij zich door verdeeling vermeerderen. De grootte der pigmentkorreltjes schijnt in de verschillende levens-tijdperken tamelijk dezelfde te blijven. Zij was bij het foetus 0,0008, bij bet kind 0.0007, bij volw assen en 0.008 Vert.

Sluiten