Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achter. In blonde haren zou (leze olie ontbreken. Volgens Jaiin (1) wordt er uit blonde haren eene ongekleurde olie verkregen, welks aanwezigheid reeds door het mikroskopisch onderzoek waarschijnlijk gemaakt wordt. Na de uittrekking van het vet door alkohol is het donkere haar graauwgeel, en verhoudt zich, daargelaten de aanhangende nederslagen der huidsecretie, als hoorn. Het rot niet en is in koud en heet water onoplosbaar; in den Papiniaanschen pot lost het zich (de olie uitgezonderd) onder ontwikkeling van zwavelwaterstof op; bij de uitdamping blijft er eene kleverige, in water weder oplosbare zelfstandigheid achter, die geene gelei vormt en uit hare oplossing in water door zamengedrongene zuren, door chloor, loodazijn en looistof wordt nedergeslagen. Door zamengedrongene zuren, met name salpeterzuur, wordt het haar opgelost. De gekleurde oliën scheiden zich af, worden in de koude dik en langzamerhand bleeker.

Chloor maakt het haar bleeker, en verbindt zich daarmede tot eene kleverige, doorschijnende, bitter smakende massa, die zich gedeeltelijk zoowel in water als in alkohol oplost. Bijtende potasch lost, zelfs in zeer verdunden toestand, de haren volkomen op. Met verschillende metaalzouten kleurt het haar zich evenzoo als de opperhuid. Met salpeterzuur zilver wordt het haar door de vorming van zwavelzilver zwart gekleurd. Bij blootstelling aan eene hoogere temperatuur smelt liet, riekt naar hoorn, ontvlamt en verbrandt met eene lichtende, roetgevende vlam, waarna het eene opgezwollene kool achterlaat; bij de drooge destillatie blijft er V4 van het gewigt als eene moeijelijk brandbare kool over, en er ontwikkelen zich brandige olie, ammoniahoudend water, en brandbaar, zwavelwaterstof bevattend gas. De asch der haren bedraagt volgens Vauquelin l'/2 pCt., volgens Aciiard 1/93 van hun gewigt, en bevat ijzerverzuursel (in donkere haren meer dan in blonde), een spoor van mangaan-verzuursel en van kiezelaarde, en zwavelzuren, phosphorzuren en koolzuren kalk. Blonde haren zouden, in plaats van het ijzer, phosphorzure magnesia bevatten. Phosphorzure magnesia en zwavelzure aluinaarde (?) vond Jaiin (2) ook in witte haren.

(1) Der Haararzt, i, 49.

(2) Der Haararzt, i, 48.

Sluiten