Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De veranderingen, welke ten tijde der puberteit in het haarstelsel plaats grijpen, zijn algemeen bekend. In lioogen ouderdom, dikwijls ook vroeger, worden de haren allengs wit (1), en vallen gewoonlijk ten laatsten uit. De haarzakken zouden evenwel, volgens E. H. Weder (2), blijven bestaan.

Of de haren, die met den zoogenaamden wortel worden verwijderd, waarbij evenwel de haarzak en pulpa achterblijven, zich regenereren, is bij den mensch niet ligt uitte maken; haren, die na het uittrekken op vele plaatsen steeds weder te voorschijn komen (b. v. de haren aan den ingang van den neus), kunnen ook in nieuwe zakken gevormd zijn. Bij de groote spoorbaren van den hond is de regeneratie door Hedsingeu waargenomen (5). Binnen in den haarzak bevindt zich namelijk hier vooreerst eene dunne, roodachtige of lichtroode vloeistof, en verder naar binnen eene taaije, roodachtige en vleezige zelfstandigheid, die schier, met het haar en met den bodem van den zak, maar slechts hier en daar met de zijden van dezen vergroeid is; door het midden dezer zelfstandigheid gaat het haar. Na het uittrekken van hetzelve wordt de vleezige zelfstandigheid (wortelscheede?) eerst opgezwollen en bloedrijk; op den derden dag is zij weder in haren gewonen toestand; in haar midden ligt eene zwartachtige, brokkelige massa, die van den bodem des zaks af aan in de hoogte stijgt, op den vijfden dag na het uittrekken was er reeds een haar van 2 mm. lengte gevormd.

Bij het normale verwisselen der haren zag IIeusinger in denzelfden zak, naast den ineenschrompelenden ouden wortel, een nieuwe ontstaan, als een zwart kogeltje, dat terstond daarop naar boven eene kleine uitpuiling vertoonde, die zich in den haarcilinder veranderde. Het nieuwe haar groeit digt bij het oude op, en komt ook digt bij hetzelve op de huid te voorschijn. Wanneer de haarzakken zelve vernield zijn, schijnt er geene regeneratie

(1) Het grijs-worden der haren begint gewoonlijk aan de punt; docli IIenle zag ook liet tegengestelde in zeldzame gevallen plaats grijpen. (Verg. Hekiï's Leistungen cler Histologie in 184-1, en CANSTiTT'S Jahrfsbericht, 1. 15.) Vert.

(2) IIlLDïBlUKDT'S Anatomie. I, 196.

(3) IIeckejl's Arcliiv, 1822, S. 557.

Sluiten