Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slotcne korreltjes, e eene heldere schil, ij lymphe-ligchaampjes met eene onregelmatige en verkleinde kern, die misschien weldra zou worden opgelost. .

F. Reeksen van bloedligchaampjes; a één van de vlakte gezien. Fig. 2 Vezels uit het spiervlies van de maag en het darmkanaal van het zwijn.

AA. Met beginnende verdeeling in fibrillen en duidelijke kern aa.

BB. De kern nagenoeg verdwenen.

C. Eene opzwelling, waarschijnlijk in de plaats der kern.

DD. Met eene overlangs over de celvezel loopende kernvezel bb, en nog eene tweede c.

E. Een paar kogeltjes d, als overblijfsel van eenen cytoblast. Fig. 5. Spierrok eener varkensmaag, na behandeling met azijnzuur, om de fijne kernvezels aan te toonen.

Fig. 4. Gestreepte spierbundels.

A. Tan gekookt ossenvleesch: a kern; b eene primitiefvezel, die uit donkere, door lichtere en dunnere plaatsen verbondene korreltjes schijnt te bestaan; c eene vezel, die schijnbaar uit even als eene snoer van paarlen aaneengeregen kogeltjes bestaat; d fijn gekrulde vezel; e schijnbaar licht en donker dwarsgestreepte vezel; f twee primitiefvezels, waaraan men ziet, hoe de donkere punten met de grenzen van elke twee vezels overeenkomen.

B. Piimitiefbundel uit het hart van een schaap, met azijnzuur behandeld: aa korreltjes der mergzelfstandigheid.

^ Spierbundels uit kalfsvleesch, door speeksel gemacereerd.

C. Met schijnbare puntjes op de plaatsen, waar de dwarsstrepen van beide vlakten elkander snijden.

D. Met zwakke overlangsche strepen, en hier en daar duidelijke dwarsstrepen: aaa celkernen.

E. Zigzagvormig geknakt, met duidelijke overlangsche en hier en daar aangeduide dwarse strepen.

I1. Plat, zigzagvormig geknakt, met naauwelijks merkbare dwarse strepen.

G. Zonder overlangsche strepen, met breede en zeer duidelijk uitkomende dwarse strepen, zoodat de bundel als uit dwarse plaatjes schijnt zamengesteld.

ïig. ö. Zenuwbuizen.

Sluiten