Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PLAAT V.

Fig. 1. Het JAKOü'sche vlies van een wit konijn, van de buitenvlakte gezien.

Fig. 2. Hetzelfde van ter zijde gezien: a de rand van liet cytoblastema, waarin de staafjes liggen; b staafjes; c onduidelijke retina.

Fig. 5. Afzonderlijke staafjes uit hetzelfde vlies: a inet eenen door eenen onzigtbaren draad aanhangenden kogel; bbb door water ineengerold; c met schijnbaar opzittende tepel; d geknakt, met eenige opzwelling op de plaats der buiging; ee gekronkeld; fmcl een aanhangenden, in eene fijne punt eindigenden draad.

Fig. 4. Kogeltjes aan de voorvlakte der retina van het konijn: A kern, B eene grootere cel; a kern, b cel.

lig. SJ. Graauwe zelfstandigheid van de oppervlakte van een hersenhalfrond van een volwassen konijn, met verdund azijuzuur behandeld: a ingesloten blaasje (kern of cel); b een soortgelijk blaasje met twee kernligchaampjes; c een dergelijk blaasje, van den rand gezien ; d onduidelijk doorschemerend blaasje ; e korrelige grondstof. Fig. 6. Kraakbeenholte uit een ribbenkraakbeen.

Fig. 7. Cellen en vezelige grondlaag uit de epiglottis van een kalf, bij 220voudige vergrooting.

lig. 8. Eene cel uit de epiglottis: «holte, waarvan de porenkanalen uitgaan, b kern (?).

Fig. 9. Uit eene fijngeslepene, overdwarse doorsnede der tibia: a lumen van het mergkanaal, b deszelfs doorschijnende opening van de ondervlakte, ccc beenligchaarnpjes; 220 maal vergroot.

Fig. 10. Uit eene fijngeslepene overlangsche doorsnede van hetzelfde been.

A B. Ledige beenligchaarnpjes; C twee beenligchaarnpjes, welker kanaaltjes in elkander zijn overgegaan; D zeer verlengd beenkanaaltje.

Fig. 11. Overlangsche doorsnede van het tandkraakbeen: ««« celvezels, bb holle kernvezels (landhuisjes).

Fig. 12. D vvarse doorsnede van het tandkraakbeen. Fig. 15. Scherpe, nog met peritoneum bekleede rand van het pancreas van een konijn: «peritoneum, AA deszelfs kernen, ccblinde

26*

Sluiten