Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doel door schrapen in de keel te bereiken. Het slijmvlies is rood, gezwollen , de doorgang der lucht door den neus belemmerd , zoodat de zieken m den slaap met open mond ademen. Uit den neus vloeit in het begin gestadig eene heldere, zoutachtig smakende, scherpe, aan de neusvleugels en op de bovenlip roodheid, gevoel van branden en zwelling veroorzakende en tot veel niezen prikkelende wei af; met het toenemen der ontsteking houdt deze afscheiding op; de afscheiding in den neus is geheel opgeheven en bij een synochaal karakter van den vochtstilstand wordt de uitwendige neus zeer gevoelig en rood, het snuiten pijnlijk. Deze toestand duurt een paar dagen, waarna eene vermeerderde afscheiding van een verdikt, witachtig, groenachtig, soms vast in klompen gevormd, niet zelden met bloed gemengd , etterachtig slijm, onder vermindering der ontstekmgstoevallen, en met het gevoel van verligting verschijnt. Gedurende liet beloop der neusontsteking is de reuk verloren, en de smaak verminderd.

§ 3. b) Consensuele verschijnselen in de aangrenzende deelen. Zelden blijft de ontsteking tot het slijmvlies der neusholten beperkt; de bloedovervulling strekt zich over het bekleedsel van het tranenkanaal tot op het bindvlies uit; ten gevolge der zwelling van het slijmvlies in dit kanaal is de afleiding der tranen belet, en de tranen vloeijen gestadig langs de wangen af- het bindvlies wordt consensueel ontstoken. Door de achterste neusgangen' kan de vochtstilstand zich tot de Eustachische trompet uitbreiden, steken in de ooren, belet gehoor, en bij het snuiten eene stekende, krakende pijn in het oor veroorzaken. Neemt het slijmvlies van de keel mede deel daarin, dan wordt het slikken moeijelijk, er komt een gevoel van ontvelling in de keel op ; de uitvloeijing van scherpe wei door de achterste neusgangen kan kitteling en prikkeling tot hoesten verwekken

f 4 c\ Uitbreiding van den vochtstilstand naar het slijmvlies der voorhoofd'sboezems. Op zichzelve staande ontsteking dezer boezems is zeer zeldzaam ; meest is zij slechts een gedeelte eener hevige neusontsteking. Men mag haar aanwezen vermoeden, wanneer de zieken over spanning, hitte, drukking in het voorhoofd of over eene aanhoudende , stekende of dofle, van den neuswortel tot aan de eene of de andere wenkhraauwstreek loopende pijn klagen ; soms heeft deze pijn iets periodieks. Een hooge graad van ontsteking der voorhoofdsboezems kan tijdelijke stoornis van het gezigtsvermogen, en zelfs somwijlen verdooving en ijlhoofdigheid veroorzaken.

§ 5. d) l)e ontsteking van het slijmvlies der bovenkaaksboezems komt veel 'vaker op zichzelve staande voor. De pijn neemt dan voornamelijk de streek tusschen de oogen en de bovenrei tanden in, en houdt op bij het jukbeen ; het kaauwen is vaak pijnlijk; de bekleedselen van de wang der zieke zijde en het tandvleesch zijn gezwollen, rood en gevoelig; de neusholte van deze zijde is verstopt. Hierbij kan zich zeer hevige hoofdpijn voegen • de in het begin onbeduidende koorts neemt later in hevigheid toe. De wang wordt nu dikwijls een weinig zuchtig , de zieken hebben in het verhemeltegewelf een gevoel van zwaarte en drukking, en bij het sterk uitsnuiten of bij het buigen van het hoofd naar de gezonde zijde, ontlast zich uit de zieke bovenkaaksholle een dik kleverig slijm; wordt het in de holte teruggehouden, gelijk dit niet zelden geschiedt, dan wordt het ligt wankleurig, stinkend, zet de wanden uit (Hy drops antri Highmori), doorvreet

Sluiten