Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende oorzaken. Zonder verder in het onderzoek door te dringen, of de zoogenaamde neusverkoudheid (Catarrhus narium, Coryza catarrhalis) door onderdrukking der huiduitwaseming, of door eene soort van verlamming der huidzenuwen en eene antagonistisch verhoogde werkzaamheid van de vaatzenuwen in het slijmvlies ontstaat, of dat aan hare algemeene verbreiding, zoo als Maccclioch meent, eene soort van Malaria de schuld heeft, houden wij ons enkel aan de door dagelijks zich herhalende ondervinding bevestigde daadzaak van den oorsprong der neusontsteking door verkouding aan het hoofd, aan de voeten, door de uitwerking van togt op een verhit gelaat, door plotselinge weersveranderingen van warmte tot koude en omgekeerd. De gewoonte om het hoofd zorgvuldig te bedekken of te verhitten, afsnijden der haren in koud weder begunstigt de werking dezer schadelijke invloeden. Prikkelbare, tot verkoudheid geneigde voorwerpen worden op iedere reis, of wanneer zij zich slechts eenen korten tijd aan koude blootstellen , daardoor aangetast. Neusontsteking maakt een gedeelte van alle algemeen verbreide catarrhale aandoeningen, van de influenza uit. Akglada beschrijft eene epidemische uitbreiding van de neusontsteking (zonder deelname van andere slijmvliezen) onder het Fransche leger bij deszelfs aftogt bij Salamanca in den jare 1812 (1).

Antagonistisch kan vochtstilstand in het slijmvlies van den neus (ontsteking, slijmvloeijing) door onderdrukking van habituele ontlastingen ontstaan. Onder 42 gevallen van ziekten, welke uit onderdrukt voetzweet ontstaan waren, zag Mondière vijfmaal neusontsteking. Köchling verhaalt een dergelijk geval (2). J. Frahk zag overplaatsing van eenen druiper op het slijmvlies van den neus (3). Neusdruipers zijn ook door anderen waargenomen (4).

Door medegevoeligheid kan vooral de catarrhale aandoening van het slijmvlies der luchtbuizen, tot gewoonte gewordene bloedophooping naar het hoofd, de gedurende het tandenkrijgen vermeerderde vochtaandrang naar het hoofd neusontsteking veroorzaken, zij is voorbode en gezellin van den kinkhoest; ook ontbreekt zij zelden in het voorboden-tijdperk van de croup (5). Onanisten zouden vaak aan verstopping in den neus lijden.

(1) Anglada, du coryza simple. 1857. p. 15. Monneret, t. a. p. T. II. p. 534.

(2) Schïïidt's Jahrb. Bd. III. S. 297.

(5) Zie t. a. p. p. 988. Not. *).

(4j Schönlein besehrijft den neusdruiper als volgt: » 12—24 aren na de onderdrukking van een druiper krijgen de zieken een brandend gevoel meest in de eene helft van den neus , met hevig niezen gepaard, alsof er eene hevige neusontsteking zou opkomen, waarbij echter de pijn brandender is, dan bij de gewone neusontsteking. Het slijmvlies van den neus zwelt op, wordt gemeenlijk donker violet, de doorgang van de lucht door den neus is verhinderd; een op druiperslijm gelijkend, groenachtig gekleurd, taai slijm van eenen specifieken reuk vloeit af. Volgt er niet spoedig genezing op, dan worden de beenderen door versterving aangetast, terwijl de kraakbeenderen vrij blijven, bovenal de bovenkaaksbeenderen, zeldzamer de overige beenderen der neusholte. De beenstukken worden afgestooten, terwijl het bovenliggend slijmvlies ontveld wordt enz."

(5) Door mijnen vereerden vriend Dr. Bartenstein in Hildburghanseu ben ik op eene verwantschap tusschen neusontsteking en croup opmerkzaam gemaakt, die ik later eenige malen in de ondervinding heb bevestigd gevonden : dal namelijk in het tijdperk van de volmaakte croup de neus en de ooren der kinderen droog worden en dat het weder vochtig worden dezer deelen , een stellig tec-ken is, dat het gevaar verdwijnt.

Sluiten