Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beloop.

§ 32. De punaisie is een moeijelijk te genezen gebrek en duurt vaak tot vertwijfeling der daaraan lijdenden, die zich daardoor bijna uit de maatschappij verbannen zien, het geheele leven door. Voor de zieken heeft het geen verdere gevolgen.

Behandeling.

§ 33. Inwendige middelen helpen gemeenlijk niets; somwijlen voelt men zich intusschen gedrongen, om tegen eenen gelijktijdig bestaande klierzieken aanleg eene gepaste behandeling aan te wenden en zeker doet men wel, om alle ziekelijke toestanden te verwijderen, door welke de tegennatuurlijke afscheidende stemming van het slijmvlies der neusholten onderhouden en bevestigd kan worden.

Door de alleruiterste zindelijkheid kan dit gebrek zeer verminderd worden. Drie- tot viermalen daags moeten de zieken den neus met enkel water, of met water waarin een weinig chloorsoda opgelost is uitspuiten, en het best gebruiken zij daartoe een door Valsalva aangeraden buisje, dat boven als de knop van eenen gieter doorboord is. Tot inspuitingen zijn velerlei vloeistoffen (alcohol, aluinoplossingen, kalkwater, decoct. sabinae,. scordii enz) aanbevolen.

Om de levenseigenschappen van het slijmvlies om te stemmen, kan men de tegen de slijmvloeijing uit den neus aangeprezene branding met helschen steen, zoo als Cazeiuve die voorslaat, beproeven. Detmold nam een steeds gunstigen uitslag waar van inspuitingen van eéne oplossing van chloorkalk in een afkooksel van ratanhia (1). Verdere waarnemingen moeten zijne ondervinding bevestigen.

II.

BLOEDVLOEIJING.

NEUSBLOEDING, EPISTAXIS, HAEMORRHAGIA NARIUM, RHINORRHAGIA.

Coschwitz , D. de haemorrhagia nar. Basil. 1616. — Sesiz , D. de haemorrh. nar. Argent. 1649. — Ledek, D. de haemorrh. nar. Altd. 1665. — Schenk, D. de haemorrh. nar. Jen. 1668, ■— T. Bhbgis, Yade mecnm, with a treat. on bleeding of the nose. Lond. 1G70. — Vogleh, D. de haemorrh. nar. Altd. 1673, — Urbemius, D. de haem, nar. L. B. 1676.

(1) I^> Chlomr. calcis 3j/?—3ï > tere in mortario vitreo et sensim affunde: Decoct. ratanh. (ex %/3) §x'j> stent per 1/2 hor. in quiete, dein limpidam decantetar. Hiervan wordt met eene spuit, die eene lange huis moet hebben, om haar hoog genoeg in den neus te kunnen brengen, 5—4 malen daags in de neusholte gespoten. Gedurende het inspuiten wordt het hoofd een weinig achterover gebogen en de neus daarna toegehonden 3 om het vocht eenen korten tijd in den neus te houden. Het aanhoudend gebruik dezer inspuitingen , van tijd tot tijd een purgeermiddel en 2—3 sterke laauwe zoutbadeu in de week zouden voldoende zijn, om dit gebrek te genezen (Hoischers Annalen. Bd. V. H. 1. Schwdt's Jahrb. Bd. XXX. S. 56).

Sluiten