Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen , gezwellen, die op de reukzenuwen drukken (centrische parosmie) (1).

§ 81. Misleidingen van den reukzin kunnen door wormziekte, volgens Cloquet door ziekten des darmkanaals en der teeldeelen ontstaan. Twee belangwekkende voorbeelden van reukbegoochelingen, waarschijnlijk dooreene endeldarmsziekte veroorzaakt, zijn het boven reeds genoemde van Frühkel en een ander, dat door Weisse medegedeeld is (2).

§ 82. Het is waarschijnlijk, dat zich uit het bloed soms fijne riekende stoffen op het slijmvlies van den neus ontwikkelen, die oorzaken der parosmie kunnen worden (3). Menstruerende vrouwen klagen vaak over den stank van het stondenbloed, voor dat de afscheiding nog begonnen is. In typheuse koortsen bespeuren de zieken soms eenen rotachtigen reuk, die voor een ongunstig voorteeken gehouden wordt.

Behandeling.

§ 83. Ook hier kan men, buiten de vervulling der oorzakelijke aanwijzing > weinig of niets doen. Men kan blaartrekkende pleisters, niesmiddelen , het ophalen van specerijachtige dampen in den neus beproeven. In FrSnkel's geval bragt het extr. pulsatilla: tot § grein eiken morgen gegeven, tijdelijke hulp aan.

C) ANOSMIE; (ANAESTHESIA OLFACTORIA; OLFACTUS DEFICIENS; ONTBREKENDE REUK).

Scheftel, D. de olfactu deficiente. Gryph. 1747. — Jantke, de odoratu abolito. Altd.

1781. Frank, 1. c« p. 956. —• Mason Good} 1. e. — P. Jollïj Art. Anosmie in

Dict. de Méd. et de Chir. prat. — Homberg , 1. c. p. 254.

Verschijnselen.

^ 84. De anosmie kan aangeboren of later ontstaan zijn; het reukvermogen is of geheel uitgedoofd of verzwakt, en dit ontbreken van het zintuig is voorbijgaand, of (meestal) aanhoudend. In zeldzame gevallen bestaat er slechts onvatbaarheid voor zekere reukindrukken, terwijl andere waargenomen worden (4). De van den invloed van het vijfde zenuwpaar afhankelijke algemeene gevoeligheid van het slijmvlies van den neus bestaat, in weerwil van het ontbreken van den reuk , onbeschadigd voort (5). Het omgekeerde heeft niet altijd plaats ; niet zelden is bij ongevoeligheid van de neustakken van het vijfde paar, het reukvermogen ook zwakker.

(1) Maingault vond bij eenen man, die bestendig over eenen onaangenamen renk geklaagd had , bekorstingen van het spinnewebsvlies op enkele plekken en etterzakken in het midden van de halfronden der groote hersenen. Dcjbois had eenen man gekend, die na eenen val van het paard jaren lang tot aan zijnen dood stank meende te ruiken.

(2) Sghmidt's Jahrb. Bd. XVI. S. 140.

(5) Yerg. Romberg, t. a. p. S. 119.

(4) Blumenbach verzekert eenen Engelschman gekend te hebben, die een zeer scherpen reuk had en toch van den sterken geur des resedabloesems volstrekt niets bemerkte.

(5) Verg. Rovberg,t. a. p. S. 255; Presat's geval in Schmidt's Jahrb. Bd. XXII. S. 170.

Sluiten