Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dende aanwending van blaartrekkende middelen op den hals of van de luchtpijpssnede niet gehinderd te worden.

§ 112. De aanwending van koude uitwendig op den hals in strottenhoofdsziekten, ofschoon door sommigen aangeraden, heeft nooit meer al'remeene aanbeveling genoten. Dit is des te meer te verwonderen, omdat het strottenhoofd en de luchtpijp uit hoofde hunner ligging voor de werking van de koude, die zich met blazen ijs ligt laat aanbrengen, toegankelijker schijnen te zijn, dan vele andere deelen. Hierbij moet men zeker wel bedenken, dat geen deel gevoeliger tegen den indruk van koude op de uitwendige huid terugwerkt, en meer geneigd is, om in een ziekelijk antagonismus voor de belette verrigting der huid plaatsvervangend te werken , dan juist bet slijmvlies der luchtwegen. Intusschen zijn voor ons niet alle twijfelingen in dit opzigt weggeruimd, en overweegt men de gunstige uitkomsten vat^ koude begietingen in vele hopelooze gevallen van croup, dan komt de wensch op, dat door naauwkeuriger onderzoekingen en waarnemingen de geneeskrachtige werking der koude in strottenhoofds- en Juchtpijpsziekten in een helderder licht geplaatst moge worden.

§ 113. Daar zeer vele strottenhoofdsziekten neiging hebben tot het vormen van stolbare uitzweetingen en andere ziekelijke voortbrengselen, neemt het in zijne antiplastische en de groeikracht het snelst omstemmende werkingen uitstekend kwikzilver eenen hoogen rang in de behandeling der strottenhoofdsziekten in. Echter is deszelfs gebruik in deze klasse van aandoeningen in zoover niet geheel onbedenkelijk, als de daardoor somwijlen veroorzaakte kwijling en mondontsteking hare werkingen op het strotklepje en de stemspleetbanden uitbreiden, en daardoor de oorspronkelijke ziekte van het strottenhoofd verergerd worden kan. Deze bedenkingen komen natuurlijk niet in aanmerking, waar het acute strottenhoofslijden alle mogelij. ke hulp eischt, om den anders zekeren dood af te wenden. De veelvuldUste wijze van aanwending is het inwendig gebruik van calomel en het uitwendig van mwr.jvingen van grijze kwikzalf op den hals, op het bovenste gedeelte van de borst of ook op andere deelen des ligchaams, waaromtrent meer bijzondere aanwijzingen bij de behandeling der afzonderlijke ziektevormen zullen gegeven worden.

B. De revulsive geneeswijze in strottenhoofdsziekten.

§ 114. Het gewigtigst hiertoe behoorend middel is het braakmiddel aangezien door geen ander eene zoo snelle afleiding en omstemming verkregen word t, waarop het hier voornamelijk aankomt. Dikwijls vervult het braakmiddel buitendien nog bijoogmerken: de bevrijding der luchtwegen van uitgezweete stoffen, slijm, de ontlediging van een met stikken dreigend absces enz. Over het geheel schijnen braakmiddelen ook bij voorkeur geschikt te zijn, om door den schok, dien zij te weeg brengen, beginnende vochtstilstanden zoowel in de keel, als ook in de bovenste gedeelten der luchtwegen af te breken en een hier vaak zeer heilzaam zweet op te wekken. Als afleidende middelen in ziekten des strottenhoofds en der luchtpijp

blaartrYk00? . ? aanSewend: mostaardpappen, vliegende en blijvende aattiekkende pleisters, inwrijvingen van ammoniaksmeersel, terpentijnolie crotonohe, braakwijnsteenzalf op den hals, fontanellen, kleine moxas, het

Sluiten