Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemd ligchaam te gevoelen, dat hij wel zou willen verwijderen. Het slikken is altijd meer of minder moeijelijk, somwijlen zelfs onmogelijk, en het drinken wordt dikwijls dadelijk, zoodra het op de hoogte van den wortel der tong komt, met geweld door den neus teruggedreven. In zeldzame gevallen is het mogelijk, om bij eene sterk nedergedrukte tong, het gezwollen strotklepje te zien te krijgen; Thuulier wil door het onderzoek met den in de keel gehragten vinger, de verdikte kussens gevoeld hebben, hetgeen ons niet zeer geloofbaar luidt. Midden onder deze verschijnselen en onder aanhoudende benaauwdheid, komen er van tijd tot tijd hevige stikaanvallen op, gedurende welke het gelaat opzwelt, zich blaauw of purperrood kleurt, de oogen uitpuilen, de ledematen koud worden, kortom alle verschijnselen van de orthopnoea laryngea volkomen als bij den croup plaats grijpen; zulk een aanval duurt 2 tot 5 minuten, en de zieke kan gedurende denzelven stikken. Staat hij hem door, dan wordt de ademhaling soms eenige oogenblikken daarop vrijer dan voor den aanval, maar dikwijls vindt ook het tegendeel plaats. In de oogenblikken van dreigende verstikking maakt de pols 100 tot 120 slagen, is klein, maar hard; buiten de aanvallen is gewoonlijk geene koortsige beweging voelbaar; in de tusschentijden zijn de zieken meest slaperig , waarschijnlijk ten gevolge van de drukking van een slecht verzuurd bloed op de hersenen s maar zij schrikken reeds na 2 tot 3 minuten met stikkende benaauwdheid uit deze ziekelijke sluimering op.

Oorzaken.

§ 148. De ziekte is over het geheel zeldzaam , schijnt eigen te zijn aan den bloeitijd en den gevorderden ouderdom en beide geslachten gelijkelijk aan te tasten. Zij kan primair of secundair ontstaan en alle oorzaken, die de gewone angina veroorzaken, schijnen ook deze soort van strotontsteking te kunnen te weeg brengen. Maar het menigvuldigst ontstaat zij uit uitbreiding van den vochtstilstand van nabijgelegene deelen op het onderslijmvliesweefsel van het strottenhoofd of door ziekteverplaatsing. Men heeft haar ten gevolge van ontsteking na verwonding door heelkundige kunstbewerkingen aan het strottenhoofd, na hevige ontsteking der amandelen of der keel, die in etterachtige infiltratie van het onderslijmvliesweefsel overgegaan was, zien ontstaan. Het menigvuldigst voegt de ziekte zich bij strottenhoofdstering en dat wel evenzeer in het eerste tijdperk der onsteking , als in de latere van ettering en verwoesting; niet zelden is de laryngitis submucosa aanleiding tot den doodelijken afloop van deze tering. Is zij van eenen metastatischen oorsprong , dan gaat zij ligt in verettering en versterving des celweefsels en der kraakbeenderen over. De ziekte kan ontstaan door gezwellen, die op de vaten drukken en aldus infiltratie van het celweefsel veroorzaken, voorts in het herstellingstijdperk van kwaadaardige koortsen bij voorwerpen , die door vroegere ziekten verzwakt zijn , zoo als dan ook zwakte en kwaadsappigheid het ontstaan der ziekte begunstigen en haar even zoowel eene grootere hevigheid, als eene ongewone hardnekkigheid mededeelen.

Uitgangen.

§ 149. De meest gewone uitgang is die in den dood onder toename van de stikkende benaauwdheid, van de slaapzucht, van de inspanningen tot de

Sluiten