Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wankleurig, verdund, verweekt, geheel, of in verscheidene stukken vergaan. De etter, die dezelve omspoelt, zet het slijmvlies uit, dit vormt in de holte van het strottenhoofd een cirkelvormig gezwel, en veroorzaakt alle boven bij de larygitis submucosa beschrevene toevallen van acute strottenhoofdsvernaauwing. De etter kan zich nu in het strottenhoofd, in de luchtpijp, in de keel, in den slokdarm openen, of zich eenen weg naar buiten banen tusschen de spieren van het strottenhoofd tot aan de uitwendige huid of tusschen de luchtwegen en den slokdarm in. Zoo ontstaan nu eens abscessen onder de uitwendige huid, dan weder achter het strottenhoofd, doorboring van den slokdarm, zoodat somtijds etter en kraakbeenderen door braken uitgeworpen worden. Het menigvuldigst tast de ziekte het ringvormig kraakbeen aan. Bij een slepend beloop derzelve en bij oudere personen zet zich vaak in het verstorven kraakbeen aardachtige stof neder. Genezing volgt hoogst zelden door ontlasting van den etter en afstooting der verstorvene kraakbeenstukken. Onder en in het kraakbeenvlies vormt zich somwijlen verbeening als vervangingsmiddel. De doodelijke uitgang volgt door verstikking , somwijlen snel door laryngitis submucosa, of doordien het strottenhoofd, dat uit zijn verband geraakt is, ineenzinkt, of doordien de kraakbeenstukken de stemspleet verstoppen, of door de van het absces afhankelijke vernaauwing der strottenhoofdsholte.

§ 152. De perichondritis laryngea tast naar de door Albers verzamelde voorbeelden het menigvuldigst het mannelijk geslacht aan en komt meest tusschen het 25ste en 40ste levensjaar voor, ofschoon een vroegere of latere leeftijd haar niet uitsluit. Meest heeft zij eenen rheumatischen oorsprong, maar komt ook ten gevolge van acute uitslagziekten (pokken), van kwikziekte , na secundaire syphilis en typheuse koortsen voor.

Verschijnselen en behandeling zijn dezelfde, als bij laryngitis submucosa.

d) EPIGLOTTITIS (ANGINA EPIGLOTTIDEA, ONTSTEKING VAN HET

STROTKLEPJE).

Eter. Home, in Transact, of a Soc. for the improvem. of meil. and chir. knowledgc. Lond. 1812. T. III. S. 268. Samm. auserl. Abh. Bd. XXV. S. 478. — Baim.ie, ibid. S. 483. II. Marsh, in Dublin Journ. 1838. Vol. XIII. Nr. 37; Sghjudt's Jahib. Bd. XXI. S. 21.

~Vi. Hehhemahn , Epiglottitis ehronica exsudatoria, als bisher übersehene Passion der Re-

spirationsorgane. Rostock und Schwerin. 1839. — Sachse, in Rost's Magaz. Bd. 55. H.3. 1840; Sghjudt's Jahrb. Bd. XXVII. S. 145. Brück, in Holsciier's Ann. Neue Folge. Bd. I. H. 1. Hbser's Reperl. Bd. III. S. 30.

§ 153. De ontsteking van het strotklepje, die zelden alleen zonder andere aandoeningen van het strottenhoofd voorkomt, doet zich ook soms in den acuten, soms in den slependen vorm voor. Over het geheel is zij eene zeer zeldzame ziekte.

Verschijnselen.

§ 154. Het gezwollen strotklepje wordt somwijlen zigtbaar en puilt achter de tong uit als een afgerond rood kussen, in vorm op den eikel van het

Sluiten