Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegrond; de uitgezweete laag, in hare dikte van ongelijke digtheid, is op de vlakte, waarmede zij vastzit en aan de randen het weekste. Evenzoo verschillend is de dikte der ziekelijke stof, die van een dun vliesje tot eene dikte van eene of meer lijnen kan verschillen. Hoe langer de ziekte duurde des te taaijer en dikker is de uitgezweete stof en des te verder strekt zij zich naar heneden uit; sterft het kind op den 7den of 8sten dag, dan is zij volgens Hem bijna altijd zoo volledig , dat zij tot in de luchtbuizen reikt, en zoo vast, dat men haar in haren zamenhang kan wegnemen. Het dikst is de uitgezweete stof gewoonlijk aan den achterwand der luchtbuis. Volgens Guersant zouden de uitgezweete lagen van de tweede of derde formatie in het algemeen dunner zijn, dan die der eerste uitzweeting. De kleur der gestolde stof is geelachtig wit, grijsachtig, groenachtig, matgeel, morsig. Hare aanhechting aan het slijmvlies is soms los, soms meer of minder vast. Dikwijls ziet men op de plaats der aanhechting roode strepen en punten, die wij slechts voor oppervlakkig aanhangend bloed houden, hoewel anderen daarin leeds de eerste sporen van de zich ontwikkelende bloedstroompjes meenen te zien. Men heeft ook van vergroeijingen van het schijnvlies met het slijmvlies van het strottenhoofd gesproken, en beroept zich op een door Albers in Sömmerrikg's verzameling gezien praeparaat; maar wij moeten dit gevoelen voor twijfelachtig houden, zoo lang dit voorbeeld onder het groote aantal van lijkopeningen van lijders aan croup alleen staande blijft (1); bewerktuiging van de uitgezweete stof is nog nooit waargenomen. Onder de uitgezweete stof verzamelt zich van lieverlede in het tijdperk van het afnemen der ziekte een grijsachtig, soms meer taai, soms slechts waterig slijm, waardoor de loslating van het schijnvlies tot stand komt, dit vervloeit eindelijk in een etterachtig slijm, wordt verdund, op enkele plekken doorgaat. De stemspleet is soms geheel gesloten, soms nog * tot 1 lijn geopend (2).

5 Volgens Hasse zouden in de gestolde uitgezweete stof etterbolletjes

slechts in zeer geringe hoeveelheden gemengd zijn; ik meen het tegendeel in het croupuitzweetsel uit het strottenhoofd van een 5iariKen ioneen eevonden te hebben.

De uitgezweete stof bestaat uit eiwitstof, met veel phosphorzure potasch en koolzure soda; in heet en koud water onoplosbaar, krimpt zij op en wordt hard door de behandeling met delfstofïelijke zuren. Zamengedrongen azijnzuur , vloeibare ammonia, oplossingen van loogzouten en salpeter verweeken de uitgezweete stof, veranderen haar in een vervloeijend slijm en lossen haar eindelijk op.

De uitbreiding der exsudative ontsteking der luchtwegen schijnt altijd van boven naar beneden, hoogst zelden in de omgekeerde rigting plaats te grijpen (3); zij schijnt van het strottenhoofd op de luchtpijp en de luchtbuizen, maar niet van deze op het strottenhoofd te kunnen overgaan. Onder 171 gevallen vond Hdssenot, dat in 78 gevallen het stolbaar voortbrengsel zich

(1) Verg. ook Hassi , Path. Anat. Bd. I. S. 570.

(2) Men mag hier niet uit het oog verliezen, dat de verslapte toestand des weefsels in het lijk niet meer dezelfde is, welke gedurende het leven bestond.

(•') 0'er gevallen van opklimmenden eroup spreekt Hiktz (verg. Coiien's Bericht für 1841. S. 32 en Ber» für. 1842. S. 493 in Canstatt's Jahresberieht).

Sluiten