Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet verder dan de luchtpijp uitbreidde; in 42 gevallen waren de luchtbuizen mede aangetast; 30 malen nam de uitzweeting het strottenhoofd en de luchtpijp in, zonder dat de toestand der luchtbuizen opgegeven was; in 21 gevallen eindelijk vond men geene stolbare lympha. Het meest gewone is dus, dat de ontsteking zich niet verder dan het strottenhoofd uitstrekt.

§ 162. Overigens gelijken de lijken der aan croup gestorvenen op die van, aan beroerte gestorvenen of verhangenen; het gelaat is opgezet, de halsaderen en de schildklier zijn opgezwollen, het halsgedeelte der zwervende zenuwen is somtijds door een vaatnet omsponnen, dat echter slechts een gevolg is van de inspanningen tot de ademhaling (1); uitwendig aan den hals bemerkt men dikwijls boven het strottenhoofd en de luchtpijp eene zuchtige zwelling; de longen zijn gewoonlijk met bloed overvuld, soms gehepatiseerd, gespleniseerd, emphysemateus, oedemateus; het borstvlies, het hartezakje, het middelrif zijn rood; in de borstvliesholten en in het hartezakje vindt men niet zelden weiuitstorting. Het slijmvlies van de maag is dikwijls rood en ontstoken, zelfs met uitgezweete stof overtrokken. De hersenen zijn sterk met bloed opgezet en bevatten dikwijls eene niet geringe hoeveelheid wei.

Verschijnselen.

J 163. Verscheidene schrijvers hebben in het ziektebeeld van den croup tijdperken onderscheiden (2). Wij houden eene zoodanige afscheiding der ziekteverschijnselen voor willekeurig en gedwongen, daar eene toepassing derzelve op een gegeven geval zich niet op de natuur gegrond betoont, en eene gevolgtrekking daarvan op de behandeling, zoo als J. Frank juist aanmerkt, zelfs nadeel kan aanbrengen.

§ 164. De ziekte begint niet'altijd op dezelfde wijze, en als twee hoofdvormen kan men den zich langzamerhand ontwikkelenden en den plotseling verschijnenden croup onderscheiden. De eerste vorm begint meestal met de verschijnselen van eene eenvoudige verkoudheid of zinkingkoorts, met neusverkoudheid, hoest, een 'weinig heeschheid, veel niezen, huiveringen, hitte, vermoeidheid, slaperigheid, tranen van de oogen, eene onopgeruimde stemming, zwaarte in het hoofd enz. Heeschheid is altijd bij jonge kinderen een verdacht verschijnsel, vooral wanneer zij met eenen raauwen hoest ge* paard gaat. Zoo gaat dit 1 tot 8 dagen voort onder gestadig klimmen der verschijnselen. Plotseling, meestal des nachts (3), springen zij uit den slaap

(1) Verscheidene geneesheeren, b. v. J. Frank hebben geene verandering in de zwervende zenuw waargenomen.

(2) Home: tijdperk van ontsteking en ettering; Visossen: tijdperk van den aanval, van de ontsteking en van de ettering; RoTeh-Collakd: tijdperk der prikkeling, der schijnvliezen en der krachteloosheid; Doublé : tijdperk van het naderen, van de raanwheid, van de kooking, van de crisis en van de herstelling; DugÉs : tijdperk van koorts, van ontsteking en van het zinken der krachten; Gölis : tijdperk van den aanval of van de verkoudheid, van de ontsteking, van de eiwitachtige uitzweeting en van het gevaar van stikken; Schöiïleik : tijdperk der tussehenpoozingen , der nalatingen en der uitzweeting.

(5) In 29 gevallen greep volgens Vieusseex de uitbarsting 19 malen des nachts plaats, hiermede komen ook Valektin's waarnemingen overeen; TrEi!ER nam onder 87 zieken den eersten croupaanval op ieder uur van den nacht en van den dag waar; Gölis zag hem onder 252 crouplijders bij een derde gedeelte des nachts verschijnen.

Sluiten