Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tera aanvallen der ziekte niet zoo zeer meer te duchten zijn, ln zoo ver iets waars, dat gewoonlijk de omgeving der kleine zieken, die nu omtrent het gevaar beter onderrigt is, vroeger hulp vraagt en de ziekte daardoor in haren voortgang gestuit wordt. Daar bij de eens door croup aangetaste kinderen latere verkoudheden dikwijls van hoest met crouptoon vergezeld zijn, kan het zeker ook wel gebeuren, dat men soms eehe instorting van croup heeft willen zien, waar geen rede bestond om dit te gelooven. Heeschheid en verandering van de stem blijft vaak lang na de genezing van den croup over; dat, zoo als Villerjié meent, bewerktuigde overblijfselen van de uitzwee* ting de oorzaak daarvan zouden zijn, is niet waarschijnlijk, daar de aanwezigheid van dezelve nog over het geheel te zeer twijfelachtig is; de grond van deze verandering van de stem ligt veel nader in de door de voorafgegane ziekte verzwakte spankracht der stemspleetbanden en in de veranderde hoedanigheid van het slijmvlies der luchtwegen.

§ 198. 2) Uitgang in den dood. Deze uitgang heeft plaats: a) door plotselinge verstikking, dikwijls reeds in het begin der ziekte en voordat het nog tot vorming van de uitzweetsels heeft kunnen komen; de oorzaak der verstikking is in dit geval dezelfde kramp der stemspleet, die ook de verstikkingsaanvallen gedurende het beloop veroorzaakt; men vindt in de lijken geen spoor van een vliezig zamengroeisel of slechts eene onbeduidende hoeveelheid daarvan, waardoor de stemspleet niet volkomen gesloten is. Het is ook waarschijnlijk dat in die gevallen, waar de uitzweeting sterker is, toch de kramp deel aan den dood door verstikking kan nemen, daar het tot de veelvuldige gebeurtenissen behoort, dat men na den dood de stemspleet nog genoegzaam open vindt voor den doortogt der lucht.

5 199. b) Door verstikking ten gevolge van de verstopping der luchtwegen met uitgezweete stof; deze kan geheel los zitten, maar uit hoofde van de naauwte der stemspleet geen uitgang vinden;- of zij hangt nog gedeeltelijk aan het slijmvlies der luchtwegen vast en legt zich met haren vrijen rand even als een luchtklep voor de opening der stemspleet; of eindelijk strekt zich de uitgezweete stof in de luchtbuizen uit en maakt alle bloedverzuring onmogelijk. De vorming van het uitzweetsel gaat in vele gevallen zoo snel voort, dat ook deze wijze van afloop dikwijls reeds kort na het eerste opkomen der verschijnselen van croup kan plaats grijpen. Dit hoofde van het gevaar van het voorliggen van vlokken uitgezweete stof voor de stemspleet, waardoor na schijnbare beterschap plotseling weder gevaar van stikken kan opkomen, moet de geneesheer zoo lang op zijne hoede zijn als deze stolbara afscheiding op het slijmvlies der luchtpijp nog voortduurt.

§ 200. c) De dood kan voorts langzaam door verlamming der ademhalingswerktuigen en door schijndood plaats grijpen: het bloed wordt niet meer verzuurd, de uitwendige huid en het gelaat nemen eene leiachtige kleur aan, de verschijnselen van den typheusen toestand, ijlhoofdigheid, een toestand van gevoelloosheid, een hooge graad van zwakte, het uitbreken van koud kleverig zweet en nalaten der aanvallen nemen de plaats in van de vroeger levendige verschijnselen van terugwerking; naarmate de ziekte haar einde nadert, nemen het gevoel van angst en de belemmering in het ademhalen af, en bij eene schijnbaar rustige ademhaling, somwijlen ook eerst na 1 of 2 weken onder verschijnselen van waterhoofd komt de

Sluiten