Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 212. Verheffen zich gedurende het beloop der ziekte op nieuw de verschijnselen van hevige koorts en sterke ontstekingachtige plaatselijke terugwerking, dan kan eene herhaling der bloedontlasting noodig worden. Laten de ziektetoevallen, het reutelen in de luchtwegen, de fluitende inademing, de klankeloosheid van de stem, het achteroverbuigen van het hoofd, enz. de ophooping van uitgezweete stof in de luchtwegen vermoeden, dan moet op nieuw de volle gift van een braakmiddel toegediend, en daardoor <!e bevrijding des luchtkanaals van het ziekelijk voortbrengsel bewerkt worden. Deze maatregel kan 3, 4 malen en vaker in het beloop der ziekte noodig worden, en vele geneesheeren doen volstrekt niets anders, dan dat zij tot aan het verdwijnen van alle croupverschijnselen, het kind in eenen toestand van wezenlijke brakingsbenaauwdheid zoeken te houden. Hoe verder de ziekte gevorderd is, des te grooter moeten, uit hoofde van den torpor, waarin de maag zich bevindt, de giften van het braakmiddel zijn.

$ 213. Eene gewigtige aanwijzing bestaat in de verwijdering van het dikwijls de overhand nemend krampachtig moment, waartoe geen middel beter past, dan muskus; men mag niet vergeten dat de kramp door den vochtstilstand het eerst opgewekt en onderhouden is, dat dus de ontstekingwerende behandeling ook reeds de kramp tegenwerkt, maar dat in weerwil daarvan het zenuwerethismus ten deele blijft bestaan , tot eene zekere hoogte de ontstekingwerende middelen tegenstand bieden en zelf weder de ziekte verergeren kan ; zulk een overmaat van kramp moet vooral dan voorondersteld worden, wanneer bij het ontbreken van hevige koorts, of van plaatselijke pijn, bij zwakkelijke, maar zeer prikkelbare kinderen, de hoest een stuipachtig karakter heeft, de aanvallen van verstikking zeer dikwijls terugkeeren, met krampachtige zamensnoering van de borst, een kleinen zamengetrokken pols, met krampen in andere deelen, met bleeke pis gepaard zijn. Men dient muskus toe in groote giften , tot 3—4 grein alle 3 uren. Ia deze gevallen zijn warme baden, bij wier aanwending de grootste voorzigtigheid moet aanbevolen worden, ten einde de kinderen niet bij het uitnemen uit het bad verkond worden, ook van veel nut (1).

of eindelijk uit eene specifieke tegenwerking van dit raiddel op deze ziekte getracht te verklaren; anderen meenden, dat calomel de werkzaamheid der slijmvliezen vermeerdert en daartoe bijdraagt, om door vermeerderde slijmafscheiding het schijnvlies bewegelijk te maken, of dat de opslorping der uitgezweete stof daardoor bevorderd wordt. Maar van den anderen kant zijn er ook weder gewigtige stemmen genoeg, zoo als die van Cheïne, Jcrixe, Albers, Haas, J. Frakk , die of calomel als geheel nutteloos in den croup verwerpen, of aan hetzelve ten minste geene specifieke werking toekennen.

Inwrijvingen van kwikzulf op eene groote schaal, zoo als Niemann , Basedow en Löweniiard aanraden (verbruik van ^j — SJij zalf in 6 uren; men wrijft dadelijk na het gebruik der bloedzuigers en des braakmiddels 5i > alle halve uren, op iedere kuit, of afwisselend met de binnenvlakte van de dij, tot aan het verdwijnen der grijze kleur, langzaam en aanhoudend, de rigting der huidhaartjes volgend, in) zijn alleen in hevige gevallen en inzonderheid, wanneer het kind zich tegen het innemen verzet, bruikbaar.

(1) Onder de krampstillende middelen zijn bij afwisseling muskus,' duivelsdrek , kamfer i bevergeil, zink en kleine giften 'ipeeacuanlia aangewezen. De muskus is daaronder het krachtigste geneesmiddel en niet zoo moeijelijk bij te brengen als duivelsdrek; dit laatste kan men in den croup niet ander» dan in lavementen toedienen. De krampstillende middelen zijn ook inzonderheid in het laatste tijdperk der ziekte, wanneer de levenskrachten zinken, zeer veel

Sluiten