Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvoeding der kinderen, bestaat er ook voor den croup niet; men bewake de kinderen in het algemeen, maar met grootere zorg die, welke reeds aan croup geleden hebben, of tot daartoe geneigde familien behooren, voor verkouding, en zorge vooral voor dezelve ten tijde van het heerschen van ruwe noorden- en noord-oosten winden. Bij kinderen, waar de instortingen van den croup zieh dikwijls herhalen, kan liet openhouden van eene kunstmatige zweer of van eenen fontanel op den arm tot aan de huwbaarheid dienstig zijn. Alle andere voorbehoedingsmiddelen zijn verwerpelijk. Altijd doet men wel, ofschoon de besmettelijkheid van den croup niet overal bewezen is, de gezonde kinderen van de zieke af te scheiden.

§ 219. Duurt in de herstelling de afscheiding van etterachtig slijm in te groote mate of te lang voort, dan zoekt men deze door het gebruik van IJslandsche mos, van polygala amara, van kina met kalkwater tegen te gaan. De na de genezing van den croup nog langer aanhoudende heeschheid en stemmeloosheid wordt vaak door het aanleggen van blaartrekkende pleisters op den hals, door het herhaald gebruik van braakmiddelen, door het toedienen van calomel en senega genezen. Tegen de nablijvende zwakte en vermagering wendt men eene tonische en versterkende behandeling aan.

CROUP DER VOLWASSENEN; (POLYPEN DER LUCHTBUIZEN, STOLBARE LUCHTBUISONTSTEKING).

W arrei?, in Med Trans. Tol. I. Art. XVI. — J. A. Murray, De Polypis bronchior. in Opnscul. Bd. I. p. 255. — Jos. Dixon, in Medical Commentarios. Tol. IX. p. 254. Samml. anserl.

Abh. Bd. II. S. 405. — Raiisey , Vie de G. Washington. Paris, 1809 ; p. 415. ])r.

Pitcairn's ziekte : Baii.lie Medico-chirurg. Transact. Tol. III. p. 276. Cheyse; Edinb.

ined. and. surg. Jonrn. Tol. 10. Cheyne, Patbology of the larynx and bronchia. Edinb.

1809. — P. Ctr. A. Louis, Anat. pathol. Untersuchungen etc. In 2 Abth. Berl. 1828.

Hortelocp , Observ. de cronp chez 1'adulte. Tbèse. Paris 1828. — Barth, in Arch. gén. de Méd. 1838. Juill. — Casper in Cajper's Wochenschr. 1856. N. 1. Scubidt's Jahrb Bd XII. S. 170. —

^ 220. Wij laten op de onderzoeking van den croup der kinderen den zoogenoemden croup der volwassenen volgen, niet uithoofde van derzelver gelijkheid, maar om juist liet onderscheid tusschen beiden beter in het oog te doen vallen. Terwijl bij kinderen het strottenhoofd de hoofdzetel van den croup is, heeft de ziekte, over welke wij nu spreken, meer hare zitplaats in de luchtbuizen; voorts is zij eene uiterst zeldzaam voorkomende en gemeenlijk slepend verloopende, veel minder gevaarlijke ziekte, dan de croup der kinderen.

Verschijnselen.

§ 221. Dikwijls gaan verschijnselen van verkoudheid en luchtbuisontsteking vooraf; de zieken zijn soms tot slepende zinkingachtige aandoeningen geneigd. De eigenaardige opgehoeste stof, die het bijzonder karakter van deze ziekte uitmaakt, wordt gewoonlijk door een gevoel van baklemming en benaauwdheid op de borst voorafgegaan, dat eenen zeer hoogen graad kan bereiken. De zieken lijden aan eenen zeer luiden, blaffenden, dikwijls met

Sluiten