Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fluimen zelve soms zulk. eene stolbare hoedanigheid hebben, en van den anderen kant de croupachtige afscheiding met vele verschijnselen van eenen hectischen toestand kan gepaard gaan; eindelijk kan de croup der volwassenen in werkelijke luchtpijpstering overgaan. De in de luchtpijpstering plaatsgrijpende vermagering, de meest klierzieke of venerische oorsprong dezer ziekte verzekeren veelal de herkenning in twijfelachtige gevallen.

§ 224. Eene slepende afscheiding van stolbaar slijm in de luchtpijp en de luchtbuizen, kan in zeer zeldzame gevallen ook bij kinderen voorkomen, en onderscheidt zich van den waren croup, inzonderheid door het ontbreken van koorts, door den geringen graad van moeijelijkheden in de ademhaling, door den langeren duur van het ophoesten van gestolde stof, terwijl overigens de algemeene ziekte niet van belang is.

Oorzaken.

§ 225. De croup der volwassenen kan van den tijd der huwbaarheid tot in den hoogen ouderdom voorkomen, en doet de beide geslachten op gelijke wijze aan. In de meeste gevallen ontstaat de ziekte door atmospherische schadelijkheden, verkouding, koud drinken, na herhaalde zinkingachtige aandoeningen. Men heeft eenige voorbeelden van epidemische verspreiding opgeteekend. In eene croupepidemie, welke Böhser in het jaar 1783 op den Harz waarnam, zouden alleen volwassenen aangetast zijn. Nosat zag deze stolbare zamengroeisels in de luchtbuizen, in de in het jaar 1835 te l'arijs regerende griepepidemie (1). 'Volgens Louis zou de croup bij volwassenen altijd in de keelengte, soms in de neusholte beginnen, en zich van daar af eerst over de luchtwegen verspreiden, hetgeen Horteloep ook in 4 gevallen bevestigd vond (2). Intusschen kunnen hier slechts gevallen van acute diphtheritis, en niet de veel meer voorkomende, slepende, stolbare uitzweeting van het slijmvlies der luchtbuizen gemeend zijn. Dixoh's lijder leed aan jicht, en een aanval daarvan verligtte de borsttoevallen. Michaelis nam deze ziekte ook bij eene zwangere waar (3).

Beloop en uitgangen.

§ 226. Het beloop dezer ziekte is meestal slepend, zij duurt vaak maanden en jaren lang met tusschenloopende kortere of langere tijdperken van dragelijke gezondheid. Een subacuut beloop is veel zeldzamer.

Soms volgt genezing op het uitdrijven der schijnvliezen. Neemt de opgehoeste stof eene etterachtige hoedanigheid aan, wordt zij bloederig, stinkend, dan is de uitgang in tering te vreezen. De uitgang in den dood kan door hectische koorts, waterzucht of plotselinge verstikking plaats grijpen.

Behandeling.

§ 227. De behandeling dezer ziekte moet ?ich naar het karakter der haar vergezellende terugwerking, naar het gestel des lijders en naar het beloop der ziekte rigten. Bloedontlastingen kunnen bij volbloe-

(1) Verg. ScnsiDT's Jihrb. Bd. 15. S. 161.

(2) Yerg. Arch. gén. de méd. 1828. Septembre.

(3) Hofeland's Joarn. Bd. 23i Hft. 6. S, 63.

Sluiten