Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en

ASTHMA MILLARI ACUTUM; (KRAMPACHTIGE AAMBORSTIGHEID DER KINDEREN).

Jaïes Srosox , D. de asthmate infant, spasmod. Edinb. 1761. — J. Miilab, Bemerk, üb. die Engbrüstigk. n. d. Hühnerweh; nebst Anhang Ton der stinkenden Asa; a. d. Engl. y. K. Cu. Kbaese. Leipz. 1769. — Benj. Rcsh, Diss. on the spasmodic asthma of children. London, 1770. — Vichmaxs's Ideen zur Diagnostik Bd. II. S. 89. — Wicomuur.in Hufslasd's Journ. Bd. I. St. I. — Lexth , in Bitela^d's Journ. II. Bd. II. St. — Kbkïstg, Diss. de tnssi eonvulsiva et asthmate acato infant Millar. Wittenb. 1798. — K. Bh. Feeisch, Diss de asthmate Millari. Marb. 1 (99. — Hecker, Ton d. Entz. im Halse. bes. dem Asthma Millari. Berlin 1808. — C. Lobesstehi-Löbei. , Ueb. d. Erkenntn. n. Heil. d. haut. Erüune, des Millar'schen Asthma nnd d. Keuchh. Leipz. 1811. — A. Heïtzschel Ipr. Bekends), De asthmatis Millari et anginae polyposae differentia. Breslan, 1813. — J. Dobeolowskt, Diss. de asthmate Millari. Yienn. 1816. — J. C. Albebs, Commentarius de diagnosi asthmatis Millari strictius definienda. Gölling. 1817. _ Jokas, Hufelam's Joarn. BJ. XX. Hft. 1. S. lo6. — W L. Bbehjie, Allg. med. Anaal. 1828. S. 435 —455. — L. Scchet, Essai sur Ia Pneamolaryngalgie oa as'Jime aigu de Millar. Paris. 1828.

§ 284. Nergens heeft de onzekerheid van de benaming eene heilloozere verwarring aangerigt, dan in de leer van het zoogenaamde Millar'sche asthma en van het asthma thymicum; het zoude een verdienstelijk werk zijn, om de geschiedenis van alle boven aangehaalde namen en aan dezelve toegedichte beteekenissen tot hunne oorsprongen te vervolgen, aangezien daardoor alleen ligt in eenen anders ondoordringbaren chaos gebragt kan worden. Wij hebben de zaak langs dezen weg onderzocht, voor zoo ver de ons ten dienste staande gebrekkige bronnen dit veroorloofden; wij hebben alle gevallen, die wij in de litteratuur konden vinden (en hun aantal is niet gering!) zorgvuldig nagegaan, en al is hier ook geene ruimte om de daadzakelijke bewijzen voor ons op de ondervinding berustend gevoelen omstandig aan te halen, gelooven wij daarbij toch zoo eerlijk te werk gegaan te zijn, dat allen, die denzelfden weg bewandelen, ook tot dezelfde eindbesluiten zullen geraken.

§ 2*5. Het asthma acutum Millari heeft ongetwijfeld zijnen oorsprong aan een misverstand te danken. Overweegt men Millar's beschrijving der door hem zoogenoemde krampachtige aamborstigheid, dan wordt men zonder moeite gewaar, dat hij daarbij niets anders op het oog had, dan den gewonen croup. Het eerste zaad van dwaling heeft Wichmaks (»de man, die in zijne dwalingen zelve groot was," zoo als J. Frask zegt) door zijne meening uitgestrooid, dat Millar eene van croup geheel verschillende ziekte bedoelt te beschrijven. Maar WicnsAxs's onderscheiding van Millar's asthma en van croup is volstrekt niet uit de ondervinding ontleend. De hoofdkenmerken, die Wicdmar^ van Millar's asthma opgeeft, zoo als het verschijnen in aanvallen, het ontbreken van afscheiding van stolbare stof, het gevoel van zamensnoering van de borst, de diepe stem, het ontbreken van hoest, de goede uitwerkselen van muskus als specifiek middel, kunnen hoogstens alleen tot krampachtigen croup teruggebragt worden, en inderdaad bekennen de meest bevoegde beoordeelaars, zoo als Urderwood, de III. 2. 8

Sluiten