Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het ademen vormt zich eindelijk boven de sleutelbeenderen een emphysemateus gezwel. Bij kinderen gaan de hoestaanvallen soms met stuipen gepaard.

Ontleedkundige kenmerken.

§ 329. Men heeft de meest verschillende vreemde ligchamen , als boonen , vischgraten, pitten, steentjes, korenairen enz. in de luchtwegen gevonden j zij zitten soms in de stemspleet en verwekken, wanneer zij deze volkomen toesluiten, dadelijk verstikking; kleinere ligchamen kunnen lang in de boezems van het strottenhoofd blijven liggen, zonder aanzienlijke toevallen op te wekken. Zelden zakken zij in de luchtbuizen af en dan nog eer in die van de regter , dan in die van de linker zijde. Spitse, ruwe ligchamen en die, welke zich door vocht uitzetten, veroorzaken heviger toevallen, dan die eene tegenovergestelde hoedanigheid hebben. Dikwijls vindt men na den dood ettering en verzwering der aan den prikkel van het vreemde ligchaam blootgestelde deelen; meestal emphysema der longen.

Oorzaken.

5 330. De vreemde ligchamen geraken gewoonlijk in de luchtwegen door het inwerpen in den mond, of wanneer tijdens het slikken het strotklepje door spreken, lagchen enz. opgeligt wordt; de meeste gevallen komen bij kinderen voor. Geheel gelijke toevallen kunnen echter ook door het blijven steken van vreemde ligchamen in den slokdarm veroorzaakt worden en het is regel, zich telkens daarvan door het inbrengen van eene met een stuk spons aan haar einde gewapende slokdarmsonde te vergewissen; men mag echter niet hardnekkig en ten nadeele des lijders het vreemde ligchaam , dat in de luchtwegen zit, in den slokdarm willen zoeken.

Uitgangen.

§ 331. Niet zelden wordt het vreemde ligchaam, dadelijk na het inslikken door het hoesten, weder uitgedreven; dikwijls geschiedt dit eerst na langen tijd, na maanden en jaren (Hetpelder verhaalt een geval, waarin eene kleine houten pijp 12 jaren in de luchtpijp was gebleven) en na het verwekken >van alle toevallen van longtering; dan is het ligchaam dikwijls met stinkende, etterachtige stof of met eene kalkaardige korst overtrokken. Heeft de uitstooting te laat plaats, dan bezwijken de zieken somwijlen desniettemin aan verzwakking, stuipen, ontsteking en ettering der luchtwegen, keel- en longtering. De dood kan voorts door verstikking bij eenen volkomen beletten toegang der lucht, door emphysema der longen , wanneer de ligging van het vreemde ligchaam den uitgang verhindert, en door beroerte plaats grijpen.

Behandeling.

§ 332. Het pogen om door braakmiddelen of kunstmatig verwekt niezen, het vreemde ligchaam te verwijderen, is eene handelwijze, die, wegens het naar boven drijven des ligchaams in de stemspleet het gevaar kan vermeerderen, en waartoe men slechts in hopelooze gevallen zijne toevlugt mag nemen, wanneer de luchtpijpssnede geweigerd wordt. Deze moet zoo vroeg als mogelijk verrigt worden, om de ontsteking der luchtwegen en het

Sluiten