Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rij door het inslaan van eenen schurftachtigen uitslag. Volgens Roritahskt vindt men somwijlen etterophoopingen als ziekte verplaatsing in de schildklier, benevens talrijke dergelijke verzamelingen in andere deelen, meest ten gevolge van aderontsteking der baarmoeder in het kraambed.

Beloop en uitgangen.

§ 3'6. Het beloop is vaker slepend, dan acuut. Uitgang in verdeeling op den zevenden dag onder afname des gezwels, der pijnen; koortscrisis door zweet en pis.

§ 337. Gaat de onsteking in ettering over, dan neemt de zwelling toe; de huid, die de schildklier bedekt, wordt ontstoken en de etter baant zich een weg naar buiten; na de ontlasting van den etter schrompelt dit gedeelte der schildklier ineen en vergroeit met de omliggende weefsels; somwijlen blijft er lang eene fistel over. De etter kan echter ook in de luchtpijp doorboren en door overstelping derzelve een plotselingen dood door verstikking veroorzaken; of hij kan zich in den slokdarm uitstorten, zich inde ruimte van het voorste mediastinum een weg banen. De ontsteking kan gedeeltelijk verharding van de klier nalaten, er vormen zich in haar verbeeningen, aardachtige zamengroeisels.

§ 338. Een doodehjke afloop ontstaat door verstikking of beroerte, óf door drukking der zwelling op de luchtpijp, óf door uitstorting van etter in dezelve. Ook zou de uitgang der ontsteking in versterving voorkomen.

Voorspelling.

§ 339. Zij is in het algemeen gunstig en slechts hoogst zelden eindigt da ziekte doodelijk.

Behandeling.

§ 340. Men wendt, zoowel tegen de ontsteking der schildklier, als ook tegen die van den krop eene ontstekingwerende behandeling aan, bij synochale koorts algemeene bloedontlasting, de aanwending van 10—16 bloedzuigers in de nabijheid van het ontstoken deel en herhaling dezer ontlastingen bij het voortduren van een hoogen graad van den vochtstilstand. Was de ontsteking ten gevolge van uitwendige gewelddadigheden ontstaan, dan verbindt men met de bloedontlastingen de uitwendige aanwending van koude op het ontstoken gezwel; in andere gevallen, of in een gevorderd tijdperk der ziekte bedekt men den hals met verweekende stovingen of pappen. Is men verzekerd, dat er zich etter gevormd heeft, dan mag het openen van het absces niet te lang uitgesteld worden, om eene mogelijke verzakking of doordringing van den etter in de luchtpijp bij tijds voor te komen.

Sluiten