Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men van de verandering nog verder in den omtrek uitbreiden. Naar gelang van de zitplaats der verandering kan de doffe percussietoon de onderste, bovenste, middelste, voor¬

ste , zijdelingsche borst streek innemen.

De doffe toon is gewoonlijk minder mat, dan bij uitzweeting na pleuris; gelijktijdig bestaat er tegenstand.

Bij veranderingen van

het eigen weefsel der longen heeft geene ongelijke uitzetting der tusschenribbige ruimten ofder ribben plaats. De meting vertoont nooit verwijding, maar wel soms gedeeltelijk inzakken der ribben en der borstkas. Evenmin vindt men verplaatsing

borst. De toon is des te minder mat, naarmate de

laag van de vloeistof dunner is, zoodat door haar

heen nog de trillingen der onderliggende luchthou-

dende longdeelen zich kunnen mededeelen, — maar des te doffer, hoe grooter de hoeveelheid vochts en hoe meer zamengedrukt de long is. Is de borst geheel met water gevuld , dan is ook de weer¬

stand groot. Men onder¬

scheidt (zoo de uitstorting in het borstvlies niet met

veranderingen der longen

is zamengesteld) duidelijk een horizontaal waterpas der vloeistof. Dit teeken

ontbreekt, wanneer de

uitstorting van yocht dóór aangroeijingen beperkt is.

Ook het vocht in eene geheel met vocht gevulde borstvliesholte kan niet

meer van plaats verande

ren.

De doffe percussietoon

is bij uitstorting in het

borstvlies zoo in het oog¬

vallend mat, als zelden bij

verstoppingen der lucht¬

buizen of der longen het

geval is.

maar door hoesten, opschrapen, fluimlozing.

De doffe toon heeft zijne zitplaats niet in het onderste gedeelte van de borst, maar meet in het middelste , bovenste , achterste, met den loop der groote luchtpijpstakken overeenkomende; gaat met sterk slijmreutelen gepaard.

Bij uitstortingen in het

borstvlies zijn aan den kant van de borstkas, waar de uitstorting gezeteld is, de tusschenribbi-

ge ruimten uitgezet; de meting toont de gedeeltelijke verwijding der borst aan. Hart, lever, milt, maag zijn naar gelang van de zitplaats der uit-

De doffe toon ontbreekt vaak geheel, is minder mat, dan bij verandering van het eigen weefsel der longen en uitstortingen in

het borstvlies.

De meting geheel zonder resultaat. Noch verwijding noch vernaauwing der borstkas. Geene plaats¬

verandering van ingewan¬

den.

Sluiten