Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a) emphysema der longen; of

b) lucntophooping in de borstvliesholte (pneumothorax).

Pneumothorax.

De tympanitische weergalm neemt ten minste eene geheele helft van de borst in; is er hydropneumothorax aanwezig, dan heeft de doffe toon in de onderste borststreek, de heldere boven zijne zitplaats. De tympanitisehe klank strekt zich bij pneumothorax meest ver beneden den gewonen stand der lever, der maag en der milt uit, doordien het middelrif door de lucht laag in de buikholte wordt nedergedrukt.

Niet slechts eene beperkte streek van eene helft der borst is verwijd, en vormt eene gedeeltelijke uitpuiling, maar de verwijding strekt zich over de geheele helft van de borst uit.

Aan de geheele aangedane zijde is het ademhalingsgeruisch geheel en al onderdrukt.

§ 360. Teekenen uit de auscultatie. Wij moeten ten opzigte van de bijzondere uiteenzetting van de regelen en wijzen van aanwending der auscultatie tot die werken verwijzen, welke aan dit gedeelte der teekenleer opzettelijk gewijd zijn. Hier is het onze eerste taak, om uit de door auscultatie opgeleverde teekenen alle opheldering te verzamelen, door welke de herkenning van de ziekelijke toestanden van de luchtbuizen, van het weefsel der longen en van het borstvlies mogelijk gemaakt wordt. Deze teekenen nu worden uit de door middel van de auscultatie herkenbare wijzigingen der natuurlijke ademhalingsgeluiden, der stem, uit de hoorbare tegennatuurlijke reutelende geluiden en den klank van den hoest ontleend.

(jj 361. o) Ademhalingsgeluiden. Het ademhalingsgeluid verdeelt zich in twee momenten, in dat der in- en uitademing; welke, daar zij niet gelijksoortig zijn, ook beide moeten waargenomen worden. Het ademhalingsgeluid is of celademen, of luchtbuisademen, ol onbepaald. Het karakter van het celademen (respiration vésiculaire) is, volgens Laenrec, een gedurende het ademen hoorbaar, zwak, maar duidelijk murmelen, door het indringen der lucht in de fijnste longcellen voortgebragt. Het luchtbuisademen (respiration bronchique) is een gedurende het ademen hoorbaar geruisch, gelijkend op dat, wanneer men door eene buis met'eene niet te naauwe, noch te wijde opening blaast. Skoda vergelijkt het geluid van het celademen, met dat wanneer men de lucht met eene vernaauwde mondholte inhaalt (slurpt), en dat

Emphysema der longen.

De tympanische weergalm is slechts tot de emphysemateuse streek van de longen beperkt.

De borst vertoont op de plaats der emphysemateuse streek eene gedeeltelijke, meest 3—6 duimen breede uitpuiling.

Op de plek, die met het emphy. sema overeenkomt, hoort men vaak in plaats van het natuurlijk ademhalingsgeruisch , een droog knetteren.

Sluiten