Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luchtpijpstakken in do longen overeenkomende plaatsen, boven tusschen de schouderbladen, voor aan het handvatsel der borstbeens plaats grijpt, en hier wordt somwijlen (echter niet altijd) het luchtbuisademen hoorbaar.

§ 364. De celademhaling is ook bij eene natuurlijke hoedanigheid der longen aan verscheidenheden van uitgebreidheid onderhevig, het ademhalings geruisch kan sterk of zwak 'zijn; het is des te sterker, hoe nader bij het ooi de uitzetting der luchtcellen plaats grijpt, dus hoe dunner de tusschenwand is, die het oor van de plaats van oorsprong der geluids afscheidt, onder de oksels , onder de sleutelbeenderen, bij magere voorwerpen ; het is zwakker onder de tegenovergestelde omstandigheden, op den rug, bij vleeschige vette personen. Het is het sterkst, ter plaatse waar eene groote menigte van luchtcellen zich fijn ontplooit, in de middelste streken van de borst, en zwakker, waar slechts weinig luchtcellen zich kunnen uitzetten, aan de scherpe randen der longen. Het celademen kan versterkt worden door snel achter eikanderen herhaalde inademingen, en om dezelfde reden hoort men het sterker onmiddelijk na maaltijden , na matige beweging, na hoest , waardoor de ademhaling versneld wordt. Het luidste is het celademen bij kinderen; ook bij vrouwen hoort men het sterker dan bij mannen. De verscheidenheden in deszelfs sterkte zijn zeer groot naar de individualiteiten; bij zeer prikkelbare voorwerpen is het celademen zeer hoorbaar , terwijl het tegendeel bij een athletisch gestel kan voorkomen. Zwak is het na sterke vermoeijenissen , in den slaap, na den indruk van vrees en nederdiukkende hartstogten.

§ 365. Als grondslag van de semiotische slotsommen uit het ademhalingsgeruisch mag men deze bovenaan stellen, dat geene verscheidenheid derzelve voor een ziekelijk verschijnsel mag gehouden worden , wanneer zij op alle plaatsen van de borstkas waarneembaar is. Door naauwkeurige vergelijking van de celademhaling op twee gelijke plekken van de beide helften deiborstkas kan men echter vaak tot de waarneming komen, dat het celademen op ééne plaats zwakker of sterker is dan op de andere.

§ 366. a) Het zwak celademen hangt van de gebrekkige ontplooijing der onderliggende luchtcellen af. De ademhaling is soms door pijn in de uitwendige bekleedselen en in de borstspieren, bij gezwellen, rheumatismus, ontsteking dezer uitwendige deelen gedeeltelijk onderdrukt; of eene matige drukking van vocht, van uitgezweete stof op de oppervlakkige laag van de long drukt de luchtcellen gedeeltelijk zamen; eene aangroeijing van het borstvlies verhindert hare volkomene uitzetting of eene luchtbuis is door slijm, door opzwelling van het slijmvlies verstopt, en de lucht dringt slechts in een gedeelte der cellen door; of het longweefsel is matig met bloed, wei, of tuberkelstof verstopt. Deze zijn de mogelijke oorzaken van het te zwak (nog niet geheel ontbrekend) celademen.

§ 367. b) Het te sterk celademen werd uithoofde van deszelfs gelijkheid met de celademing bij kinderen ook kinderlijk ademen genoemd; Akdral noemde het supplementair ademen, omdat het in het algemeen alleen dan plaats grijpt, wanneer enkele streken van het weefsel der longen niet meer doordringbaar zijn en ter vergoeding daarvan de doordringbaar geblevene deelen in levendiger, door sterker ademhalingsgeruisch zich openbarende werking komen. Deze kinderlijke ademhaling, wanneer zij niet als een

Sluiten