Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

borstvlies reeds daarom zwakker dan bij hepatisatie, tuberkelzucht, verstopping des longweefsels door bloeding, omdat het zamengedrukt weefsel nooit zoo hard en dïgt -wordt, en daarom niet zoo geschikt is, om den klank terug te kaatsen, als de gehepatiseerde of tuberculeuse long. Voor belangrijke uitstortingen in het borstvlies is het bovendien karakteristiek, dat de luchtbuisstem hier nimmer door borsttrilling vergezeld is, dat volgens Skoda's uitdrukking de luchtbuisstem hier altijd zwak en zonder schudding van het oor blijft. Zoo vloeistof in de borstvliesholte eene versterking der medekhnkende stem veroorzaken zal, moet zij in zulk eene hoeveelheid aanwezig zijn , dat de percussietoon om den longkwab in eene uitgestrektheid, die minstens meer dan de helft van zijnen omvang bedraagt, geheel dof wordt. Eindelijk kan ook verdikking en vergrooting der luchtbuiskraakbeenderen het verschijnen

van de luchtbuisstem te weeg brengen.

387 De luchtbuisstem is dus vooreerst eene verandering in de hoeveelheid der stem in de borstkas. Maar bestaan er nu ook geene veranderingen van hare hoedanigheid, die tot herkenning van borstziekten kunnen dienen / K 388.' Als hoedanigheden van de stem onderscheiden Wij : a) hare hoogte en diepte: -6) hare helderheid en dofheid; c) haar eigenaardig tim ie. e studie van deze hoedanigheden in hare ziektekundige beteekenis belooft nog eenen rijken oogst; voor als nog weten wij er genoegzaam mets zekers van. Hoogte en diepte van de stem in de borst ontwikkelen zich waarschijnlijk m het strottenhoofd. Hare helderheid of dofheid staat niet in verband met hare kracht: de stem in de borst kan sterk en helder, zwak en helder, sterk en dof, zwak en dof zijn. De omstandigheden kunnen bij een en hetzelfde individu in korten tijd afwisselen, en vaak zijn eenige woorden helder andere dof enz. Even verschillend kan het timbre zijn; de benamingen daarvan verschillen tot in het oneindige, neus-, roeper-, polichinel-, krui trompet-, metaal-, sidderende, lispende stem enz. «Nimmer zegt Skoda, gelijkt het timbre der in de borst medegalmende stem op het timbre der stem dat men uit den mond hoort, dikwijls ook niet op het timbre, dat men bij liet aanzetten van den stethoscoop op het strottenhoofd verneemt, ïïet timbre hangt naar mijn gevoelen meer van zekere eigenschappen der mede,rillende dJlen, da» 'van de trillingen der l«b, af, h,t «»br<, ™, snareninstrumenten is b. v. ,ersehiU.„d naar de d.kte ™ den t het wordt door barsten in denzelven veranderd; verschillende mondstukken veranderen het timbre van blaasinstrumenten. Zoo.kunnen ook op hettimbie der stem zeer veelsoortige omstandigheden , de veerkracht der stcmbaniden. de verschillende dikte en veerkracht van het strottenhoofd en van de lucht buizen, de afwisselende wijdte der luchtbuizen, gedeeltelijke zwelhngen van het slijmvlies enz. invloed uitoefenen. Taaije vloeibare stoffen , zoo als slijm kunnen volgens Skoda's aanmerking de plaats van trillende plaatjes even als ïn het mondstuk van blaasinstrumenten innemen en door hare medetrilling aan de stem het karakter van blaten mededeelen, dat dikwijlsisnel verdwijn , wanneer het slijm uitgehoest wordt of van plaats verandert. Nadat deonè" vinding bewezen heeft, dat de door Laennkc en anderen als eigenaardig ve schijnsel der stem aangenomene aegophonie (blatende stem) geenszins z men aannam, een stellig teeken van eene matige vochtuitstorting in het borstvlies is, maar evenzeer bij deze laatste vaak ontbreken, als ook onder

Sluiten