Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1705 _ Webkr, De signis ex sputo. V. Opascala semiologica. Ulni 1778. — Williahs, in Cyclop. of pract. med. Vol. H. — Copland, Encyclopad. Wörterbueh. Bd. III. — Moltneret Compendium etc. Bd. III. — Güterbock, De pare et granulatione. Commentatio etc. jjerol ' 1837 — J- Vogel , Physiol. pathol. Untersuchungen üb. Eiter, Eiterung und die damit verwandten Vorgange. Erlang. 1838. - J. Vogel, Prodromus disqnisitionis spatoran, in yariis morbis excreatorum etc. Erlang. 1838. - Verg. de werken over semiologie; voorts de klinische werken van Laehnec, Andral , Kostan, Williams enz.

K 430. Onder den algemeenen naam van fluimlozing bevat men gewoonliik zoo wel het bedrijf van de uitdrijving van in de luchtwegen opgehoopte stoffen als ook de laatste zelve (fluimen, sputa). In de teekenleer moet het bedrijf van het voortbrengsel afgescheiden beschouwd worden. Evenzoo verschilt het ophoesten van hoest, ofschoon het naar boven brengen fluimen uit de dieper gelegene deelen der luchtpijpsvertakking niet zon e de uitdrijvende hulp van den hoest mogelijk is, e^i dikwijls ook de hoest door de aanwezigheid van prikkelende fluimen opgewekt wordt Echter bestaat er ook hoest zonder ophoesten (zenuwachtige, sympathische hoes enz..). Over het opschrapen, dat meer een verschijnsel van keel- en stiotten-

h°f Sf1 Het5bednjt'van ^"estln'wordt door eene diepe inademing

voorafgegaan^ men houdt voor den uitslag van het bedrijf van het opW vooratge0aa , ingeademde luchtkolom tot achter de uit te

,«„ voor lelve Lo,„e, om h, het .ogenblik

"1" 'iï éZ If voor haar h.e de fijn». luchthui,-

vertakkingen in de hoofdstammen en <1. lochtp.jp 1. dr.ngen Maar hiermen nog niet B.h..l, welk. kracht de ,n de , , j . r ,i;e uitgedreven moet worden, naar boven beweegt. Men heeft aangenomen, dat dit door de zamentrekking der luchtcellen geschiedt; daar echter in deze fijnste uiteinden der luchtbuizen nog geene spiervezelen

s et:

naai Doven j & ken bei(Je beweegkrachten zamen.

perbewegmg a ^ ^ willekeurig bedrijf; na eene diepe inademing

oL eene krachtige uitdrijvende uitademing, meest met hoeststooten, waarvolgt eene^krac „ bewogen wordt. Terwijl de stemspleet zich bij

Z hoest herhaaldelijk samentrekt en weder opent, raakt de luchtzui in . c ■ 1 „1 flpn toestand van zamenpersing en uitzetting,

de rk °r

en,^liik bii het openen der luchtpijp door de luchtpijpssnede zoo de zieke mogelijk bij net op ^:ke opening sluit. De sluiting der stem-

^tir^kÏ.'SÏu toestanden L het strottenhoofil re,hl»"t ZS&Vr ligt, df het i. moeije-

(lj Williams , t. a. p., p.

Sluiten