Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk, de zieke brengt slechts met groote inspanning de fluimen naar boven of het geraakt geheel tot stilstand. De hoeveelheid, vastheid en ligging de^ uit te werpen stoffen hebben hierop invloed. Spaarzaam afgescheidene, zeer taai en vast aan het slijmvlies der luchtbuizen hangende, diepzittènde fluimen vereischen eene grootere krachtinspanning ter uitdrijving, dan fluimen van eene tegenovergestelde hoedanigheid. Wordt het in het eerst gemakkeij opioesten moeijelijk, dan duidt dit bij longontsteking en luchtbuisontstekmg meestal verergering of uitbreiding van den vochtsliistand aan Zijn ondubbelzinnige teekenen van aanzienlijke ophoopingen van afgescheidene stof ,n de luchtbuizen (in de verte hoorbaar slijmreutelen) aanwezig en staat het ophoesten toch stil, dan ontbreekt er werkzame uitdrijvende kracht der luchtbuizen en des uitademingstoestels (asthenie en verlamming van het ophoesten ; Piosrt's Anhematosie door schuim in de luchtbuizen). De stilstand van het ophoesten hangt dus soms van de hoeveelheid en hoedanigheid der fluimen, soms van den toestand der vaste deelen af, en eene geneeskundige bevordering van het ophoesten kan dus alleen bestaan in de verandering vfn

uitmaklr deD Sr0ndslag der verminderde, moeijelijke fluimlozing

§ 434. Wij gaan nu tot de nadere beschouwing der fluimen zelve over om te zien, in hoever hunne verschillende hoedanigheid ons in staat stelt om daaruit de plaats van hunnen oorsprong en den aard der verandering aan welke zij hun ontstaan te danken hebben, te herkennen.

$ 435. Fluimen {sputum) noemt men vloeibare en vaste stoffen, die de zieke uitspuwt; maar dit alles komt niet uit de deelen onder de stemspleet alleen maar ook speeksel, afgescheidene stoffen, bloed, ziekelijke voortbrengselen uit de mond- keel- en neusholte worden deels alleen, of vermengd met stoffen uit de lagere luchtwegen uitgeworpen. Stoffen uit de deelen beneden de stemspleet kunnen meestal slechts door hoesten naar boven gebragt worden; overigens neemt men ook nog andere teekenen te hulp, om de bron der fluimen te bepalen. Verzamelingen in het borstvlies , in de ever, abscessen, slagaderbreuken kunnen zich eenen weg in de longen

Siju komt1'6" iU deZdVe 0ntlaSten> die als Aui-nen te voor-

§ 436. Bij de opsomming van de eigenschappen der fluimen komt het eerst hunne hoeveelheid m aanmerking. Zij zijn of spaarzaam, of rijkelijk. In sommige borstziekten wordt er volstrekt niets uitgeworpen. In de pleuris m dit een gewoon verschijnsel. Bij ontstekingachtige aandoeningen van het eigen weefsel der long, van de luchtbuizen, ontbreken in het eerste tijdperk de fluimen geheel of zij zijn zeer spaarzaam. Men heeft dit pneumonia en bronch.t.s sicca genoemd. Of de afscheiding zelve is gering, óf de afgescheidene stof wordt niet uitgeworpen.

§ 437. De hoeveelheid der fluimen kan zeer rijkelijk zijn ; deze rijkelijke mtwerping duurt of langen tijd achtereen voort, zoo als in het tweede tijdperk der acute luchtbuisontsteking, bij slijmvloeijing van het slijmvlies der luchtbuizen bij longtenng, op het einde van aanvallen van kortademigheid, bij zuchtige zwelling der longen; óf plotseling kan eene groote mass°a e er of slijm ontlast worden door het barsten van eene etterholte, door de etterborst, door een leverabspes, dat zich door doorboring der longen eene ^

Sluiten