Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 407. Tot de werkzaamste geneesmiddelen in longziekten behooren de ■inademingen. Door deze komen geneeskrachtige middelen in dadelijke aanraking met de slijmvliesvlakte der luchtbuizen, of ook inet de bekleedselen van holten, wanneer die met de luchtbuizen gemeenschap oefenen. Verweekende dampen kunnen in ontstekingachtige aandoeningen van het slijmvlies worden aangewend. De vochtigheid verslapt de vaten, vermindert de droogte en spanning van het slijmvlies, de taaije hoedanigheid der uitgezweete vormingsstof en bevordert daardoor het ophoesten der fluimen. Verweekende damperi bewijzen voorts tegen eenen krampachtigen toestand der long goede diensten. Men wendt de narcotische inademingen óf droog , óf vochtig aan. Tot vochtige narcotische inademingen gebruikt men narcotische extracten (extr. cicutae, belladonnae), in heet water opgelost, of aftreksels van narcotische kruiden. Voor drooge narcotische inademingen laat men deze zelfstandigheden als tabak rooken , uit eene pijp , of doordien men uit de bladen (van stramonium, belladonna, cicuta) cigaren laat maken. Cruveilhier laat de bladen van belladonna, in eene oplossing van opium doortrokken, gelijkmatig droogen en dagelijks 2—6 pijpen vol gebruiken. Even zoo handelt men met stramonium; het rooken moet nagelaten worden , zoodra er zich misselijkheid, duizeling, draaijen voor de oogen opdoen. Ook zijn soms inademingen van aether tegen krampachtige toevallen, aamborstigheid dienstig. «Uitwendige stovingeri zijn over het algemeen van geringe werking bij aandoeningen der borstingewanden. Echter heeft men ze ook tot verschillende doeleinden , verzachtende en narcotische tot pijnstilling, koud water en ijs tot stilling van bloedingen uit de longen aangewend. In erethische, congestive, ontstekingachtige borstziekten, waar men eenen catarrhalen zenuwachtigen prikkel te bedaren heeft, kiest men tot drank slijmige aftreksels of afkooksels van maluwe, heemstwortel, garst, haver, gort, rijst, wei, gomwater, enz.

3) De afleidende geneeswijze in borstziekten.

§ 468. Voor de aanwending der met eene afleidende bedoeling in gebruik gebragte huidprikkels gelden inet betrekking tot de ziekten der luchtwegen geene afzonderlijke algemeene therapeutische regelen. Men wendt hiertoe , naar gelang der bijzondere aanwijzingen, mostaard-, zeeajuinpleisters , prikkelende inwrijvingen (het terpentijnsmeersel van Stokes), Spaanschevliegenpleisters, inwrijvingen van braakwijnsteenzalf, brandcylinders, haarsnoeren, enz. aan. Om etterende fontanellen te zetten, kiest men vaak den bovenarm. In ziekten die met zeer benaauwde ademhaling gepaaid gaan , heeft men afgeraden', de Spaanschevliegenpleisters op de borst te leggen, omdat men meende, dat daardoor het gevoel van verstikking toenam en de bewegingen der borst verhinderd werden. De waarneming leert, dat dit eene ongegronde vrees is.

§ 469. De braakmiddelen doen met hunne schokkende werking ook de ademhalingswerktuigen aan; de uitademingsspieren werken krachtig bij het bedrijf van het braken mede en drijven de in de fijnste luchtcellen en luchtbuizen opgehoopte stoffen tot in de mondholte. Braakmiddelen zijn dus in torpide of verlammingstoestanden der met fluimen overvulde luchthuizen altijd de krachtigste en zekerste fluimlozende middelen. Door een braakmiddel

Sluiten