Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worden. Zij worden dikwijls tot versterking van zwakke borstingewanden, die óf leeds in den toestand van atonische ontbinding verkeeren óf tot ontwikkeling van tuberkelzueht der longen , slijmvJoeijing van de luchtbuizen geneigd zijn, gebezigd. Hun gebruik vereiseht dezelfde voorzorgen, als dat van de prikkelende balsamische middelen; bloedophooping, erethismus der borstingewanden verbiedt hunne aanwending. Daar zij echter meer door de verheffing van het algemeen restaurerend bedrijf, dan door onmiddellijke en plaatselijke werking op de longen de versterking der?elve bewerkstelligen, zijn zij bij behoorlijke vborzigtigheid ook nog daar bruikbaar, waar de plaatselijke prikkelbaarheid met algemeene prikkelbaarheid gepaard en door deze veroorzaakt is.

6) Leefregel bij borstziekten.

J 477. Personen, die tot ziek worden der longen aanleg hebben, pas daarvan weder hersteld zijn, instortingen te vrezen hebben, moeten zich vooral voor de schadelijke invloeden wachten, die bijzonder op de longen werken. Daartoe behooren:

1') Het verblijf in eene te scherpe, drooge, koude, of in eene te heete lucht; op eene aan winden blootgestelde plaats.

2) Het verblijf in eenen met werktuigelijk of scheikundig prikkelende deeltjes bezwangerden dampkring, in eene met stof van gips, kalk, met meel-, wolstof, met dampen van chlore, salpetergas, andere prikkelende gassoorten, bijtenden rook overladene lucht;

3) Haastige, hevige bewegingen, loopen, dansen, tillen van zware lasten, blazen, zingen, luid spreken;

4) De uitoefening van zekere beroepen, waarbij óf eene stoffige, onzuivere lucht ingeademd, óf de borst zamengedrukt wordt;

5) Het gebruik van gegiste dranken, geslachtsuitspattingen.

5 478. De bedachtzame geneesheer zal de gevallen weten te onderscheiden, waar hij van den eenen kant absolute rust van het zieke deel door verbieden van het spreken enz., en van den anderen kant eene matige oefening der longen, geregeld vaak herhaald diep inademen, hardop lezen, declameren moet aanraden. De lucht en het ademhalingsbedrijf staan in zulk eene naauwe betrekking tot elkander, dat de keus van den dampkring voor het oponthoud des lijders dikwijls, inzonderheid in slepende aandoeningen der ademhalingswerktuigen, een gewigtig gedeelte der behandeling zal uitmaken. De leerstelling van Liebig , dat de opneming van zuurstof uit de lucht en de opneming van kool- en waterstof uit de spijzen in eene naauwere verwantschap met elkander staan, verspreidt een nieuw licht over de leefregelleer der borstziekten, waarover in het over longtering handelend hoofdstuk het nadere gezegd zal worden..

12 *

Sluiten