Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In vele gevallen van zeer verouderde slijmvloeijing der luchtbuizen bij grijsaards heeft men het slijmvlies in de geheele uitgestrektheid der luchtbuizen zeer bleek of geelachtig, ter na^iuwernood een weinig roodachtig gevonden; echter is deze hoedanigheid van het slijmvlies der luchtbuizen niets minder dan standvastig voor gevallen van slepende slijmvloeijing der luchtbuizen.

§ 496. De opgenoemde weefselveranderingen gaan nu met verschillende toestanden van de afscheiding gepaard. In de gewone gevallen van catarrhale luchtbuisontsteking is de slijmvliesvlakte aanvankelijk met eene geringe hoeveelheid niet zeer kleverig slijm overtrokken; later wordt zij voor eenen korten tijd droog en spoedig daarna wordt een dun waterig vocht afgescheiden, dat van lieverlede taaijer, met grijze puntjes en strepen doormengd en eindelijk geheel ondoorschijnend wordt; op het laatst wordt met afstooting van het epithelium van het slijmvlies een dik, geel of groenachtig, etterachtig slijm in aanzienlijke hoeveelheden afgescheiden. Op de oppervlakte der groote luchtbuistakken mengt zich dit slijm met luchtblaasjes en wordt schuimachtig; maar dit geschiedt niet in de kleinere, die door de afgescheidene stof geheel gesloten worden en uit welke men op de vlakte van eene doorsnede der longen het etterachtig slijm uit eene menigte kleine geelachtige punten ziet te voorschijn komen. Dikwijls zijn al de vertakkingen uit den boom der luchtvaten met eene overgroote hoeveelheid druiperachtig slijm gevuld. De afgescheidene stof heeft verschillende graden van taaiheid, is soms vloeibaar, hangt meer of minder vast aan de wanden van het slijmvlies en kan zelfs in vaste, eiwitachtige buizen of cylinders stollen.

§ 497. Zijn de luchtbuizen met slijm overvuld, dan vallen de longen bij het openen der borstkas zelden zamen. Bij zeer acute of langdurige luchtbuisontsteking vindt men vaak gelijktijdig de overblijfselen van consensuele borstvliesontsteking, niet zelden weiuitstorting in de borstvliesholte; overvulling van het regter hart en van de aderen met zwart bloed.

Verschijnselen.

§ 498. Voor dat wij de afzonderlijke vormen, waaronder de vochtstilstand in het leven voorkomt, trachten af te schilderen, dunkt het ons doelmatig, de hoofd verschijnselen, die den vochtstilstand in deze weefsels kenmerken, in het algemeen te beschouwen, en dat te meer, omdat de later te beschrijven vormen in de natuur geenszins zoo scherp afgescheiden voorkomen , als men dit naar de beschrijving in de handboeken zou vermoeden.

§ 499. De verschijnselen der luchtbuisontsteking zijn plaatselijke en sympathische of terugkaatsingsverschijnselen; de plaatselijke zijn van eenen subjectiven of objectiven aard; als subjectief beschouwen wij de door de zieken geklaagde pijnlijke of ongewone aandoeningen in de borst en den hoest, als objectief de door het natuurkundig onderzoek herkenbare teekenen en de fluimen.

§ 500. De zieken gevoelen in de streek der groote luchtbuizen, op de hoogte van de verdeeling der luchtpijp, vlak achter het borstbeen en in de lengte van hetzelve, een krabben, branden, kittelen en prikkelen tot hoesten; in de opgerigte houding wordt de hoest het gemakkelijkst opgewekt, omdat alsdan het zoutachtig scherp slijm naar beneden vloeit, en prikkelend

Sluiten