Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkt op het slijmvlies der fijnere luchtbuizen en luchtblaasjes. Vele zieken hoesten dus niet, wanneer zij op den rug liggen, maar worden dadelijk door hoesten geplaagd, zoodra zij zich oprigten. Hevige hoest laat eeri gevoel van verscheuring (dolor ferme dilacerans) aan de grondvlakte der borstkas en langs de aanhechtingspunten des middelrifs na. Deze pijn is niet tot eene kleine ruimte bepaald, zoo als bij pleuris of longontsteking, maar zwervend, en neemt nu eens deze , dan gene plaats in. De graden van dit pijnlijk- gevoel zijn naar den graad van den vochtstilstand (erethisch of synochaal) verschillend; bij bronchitis acuta kan elke diepe inademing de pijn verergeren, en daardoor hoest opwekken. In slepende luchtbuisontsteking ontbreekt dikwijls alle pijn.

§ 501. Iloe meer de kleinere luchtbuisvertakkingen (van den 3den, 4den en 5den rang) zijn aangetast, des te meer gaat het gevoel van pijn in dat van heiemmerde ademhaling, van volheid, van drukking op de borst over, en nadert daardoor tot het gevoel, dat bij longontsteking wordt ondervonden. Tevens wordt dan ook de beweging van de borstkas beperkt, omdat de door de zwelling van het slijmvlies en door de afgescheidene stof verstopte luchtbuizen ontoegankelijk worden voor de lucht; de ter verlevendiging der deelen noodzakelijke bloedverandering in de longen is afgebroken; er doen zich verschijnselen van acute blaauwzueht op.

§ 502. In geene acute borstziekte zijn de verschijnselen van acute blaauwzueht meer in het oog loopend, en komen zij sneller tot uitbarsting, dan in de bronchitis, en dat wel des te meer, hoe grooter het aantal der aangetaste luchtbuistakken is, en in hoe fijner verdeelingen van den luchtbuisboom de aandoening huist; kortom, hoe grooter en uitgebreider de verhindering van den toegang der lucht tot de luchtblaasjes is; vandaar voornamelijk in de zoogenoemde bronchitis capillaris of pneumonia notha der ouden. Stockes heeft deze blaauwzueht als diagnostisch kenmerk tusschen luchtbuisontsteking en longontsteking gebruikt, en gelooft, dat er in dit opzigt bij ontstekingachtig lijden der borstingewanden geen verschijnsel bestaat, waarop men meer kan vertrouwen, dan de gelaatskleur (1).

§ 503. Bij pleuris is de gelaatskleur levendig rood of van eene natuurlijke hoedanigheid; bij luchtbuisontsteking loopt zij naar de uitgestrektheid en hevigheid der ontsteking meer in het blaauwe, de lippen en wangen zijn loodkleurig; de gelaatskleur hij longontsteking is als het ware uit twee tinten gemengd, zij is ook minder merkbaar in bijzondere alleen staande deelen, dan de kleur bij luchtbuisontsteking en pleuris; in deze beide hebben de wangen vaak eene omschrevene roodheid, de lippen zijn altijd zeer sterk gekleurd: maar bij longontsteking zijn de wangen en lippen naauwelijks hooger gekleurd, dan de nabijliggende deelen, en de roodheid is, ofschoon zij in enkele gevallen omschreven is, over het algemeen gelijkmatig verspreid. Sciïröder van der Kolk heeft eenen eigenaardigen blaauwzuehtigen vorm van luchtbuisontsteking aangenomen (2), en Elliotson zegt, dat hij somwijlen het gelaat zoo zwartachtig donker heeft gezien, alsof de zieke

(1) Verg. Samml. auserl. Abh. Cd. XXXIV. S. 469 volgg.

(2) Obscrvaliones anatomico-patliologici ct practici argumenti. Fase. I. Anistelud. 182G.p. 184, Samml. auserl Abh. li tl, XXXVI, S. üG'J.

Sluiten