Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote hoeveelheden salpeterzuur zilver gebruikt had, of ook, alsof eene gemeenschap tusschen de beide hartkamers ontstaan was.

§ .504. Van veel gewigt zijn voor de herkenning en voorspelling der luchtbuisontsteking de natuurkundige teekenen. Gewoonlijk begint de iuchtbuisaandoening van de grootere takken af, en de rhonchus sonorus gaat dus dikwijls den rhonchus sibilans vooraf. Ook is in het begin, wanneer de afscheiding nog niet aan den gang, maar veeleer spanning en zwelling van het slijmvlies aanwezig is, de drooge rhonchus alleen voorhanden, of beeft ten minsten den boventoon boven het gorgelgeluid. Wij hebben dus in den droogen of vochtigen klank dezer geluiden een vrij zeker kenteeken ter beoordeeling van het tijdperk der ziekte. De drooge rhonchi verdwijnen spoedig; met de vermeerdering der afscheiding komt zeer duidelijk gorgelgeluid met groote of kleine bellen voor, naar gelang zich in de kleinere of grootere luchtbuistakken bellen vormen en barsten.

§ 505. Neemt de slijmafscheiding af, en nadert de luchtbuisaandoening tot haar einde, dan gaan ook van lieverlede de gorgelgeluiden weder in de droogere soorten van rhonchus over, dikwijls wordt vooraf het in de luchtbuizen afgescheiden slijm zoo taai en dik, dat het een gedeelte der luchtwegen volkomen verstopt, en men op vele plaatsen der borst tijdelijk volstrekt geen ademhalingsgeruiscb waarneemt. Echter keert dit meest oogenblikkelijk na opschrapen en ophoesten terug. Daarbij blijft de percussietoon ter plaatse, waar men geen ademhalingsgeruisch meer hoort, volkomen helder, ter onderscheiding van long- en borstvliesontsteking, waarbij met het ontbreken van het blazen der ademhaling ook de toon bij het aanslaan dof wordt, en beide natuurkundige teekenen niet zoo voorbijgaand opkomen en weder verdwijnen, als bij luchtbuisontsteking. Is het slijm zeer taai en klonterig, dan zit het soms zoo vast aan de wanden der luchtbuizen, dat het als eene klep door de in- en uitgaande lucht op en neder bewogen ■wordt, en daardoor den klank van eene klappende luchtklep, van een tikkend horologie, van een regelmatig klepperen (slicking sound) nabootst. Dit geluid wordt vaak oogenblikkelijk door sterker inademen, door hoesten, opschrapen gewijxigd.

§ o06. De uitbreiding der geluiden over de borst, en hun hoogere ot lagere toon, geven eenen maatstaf voor de uitgestrektheid en de zitplaats der luclilbuisaandoening. Is de rhonchus laag, het gorgelgeluid met groote ellen, kort, afgebroken, ongelijk, dan moet men de zitplaats der ziekte in de groote luchtbuizen zoeken; dit kenmerk bewijst altijd eene minder beduidende aandoening, dan wanneer de rhonchus fluitend, hoog, het gorgelen met kleine bellen en lang uitgerekt is; terwijl de in- en uitademing^volstrekt niet afgebroken is; in het laatste geval strekt zich de aandoenin» tot op de kleinere luchtbuistakken uit, en werkt meer belemmerend op de ademhaling (1). Hoort men het reutelen ver, of ook wel over de geheele

toooc Doten>" zegt Williams, «bewijzen niet uitsluitend eene aantasting der fijnere buizen, of zij kunnen ook in de grootere buizen ontstaan, wanneer de opstopping aanzienliik i, en wanneer men eenen hoogen of ilnitenden toon gedurende het geheele inademing*- of uitade' mmgsbedrijf hoort, kan men zeker zijn, dat hij niet in de fijne buizen ontstaat, aangezien de lucht met zoo lang door dezelve gaat." (Tori. üb. d. Krankheiten der Brust; Deutsch bearb v. r.eipzig 1841). •

Sluiten