Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3) BRONCHITIS CAPILLARIS; PNEUMONIA NOTHA DER OUDEN, BRONCHITIS MALIGNA VAN VELE NIEUWEREN).

§ 519. De bronchitis capillaris heeft hare zitplaats in de fijnere vertakkingen der luchtbuizen, maar niet gelijk sommigen willen aannemen in de lucïitblaasjes zelve; want de ontsteking dezer laatste laat zich naar ons gevoelen niet van de ontsteking de longzélfstandigheid zelve (longontsteking) onderscheiden. Strekt zich de vochtstilstand van de grootere luchtbuistakken diep in de fijnere verdeelingen uit, en is het slijmvlies in deze naauwe buisjes gezwollen, dan is noodzakelijk de toegang der lucht naar de longblaasjes afgebroken, de bloedverandering in eene veel grootere uitgestrektheid belet, dan wanneer slechts een klein gedeelte van het longweefsel stoffelijk veranderd is, en hieruit kan men verklaren, waarom de bronchitis capillaris spoedig dien toestand van zwakte, vochtontmenging en verdooving te weeg brengt, om welken vele waarnemers een ontstekingachtig en typheus tijdperk in haar beloop hebben onderscheiden, en anderen haar als eene kwaadaardige speelsoort (neuro-phlogosis) van de ontsteking dei grootere luchtbuistakken afscheiden. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren, dat zekerlijk een zekere toestand der vochten, dien de ouden met practischen tact den naam van ophooping van hunne pituita of gluten gaven, en welken de nieuwerwetsche solidair-pathologen stellig met onregt te gering achten, eene bijzondere geneigdheid heeft, om zich en zijn voortbrengsel op de vlakte van het slijmvlies der luchtbuizen, onder den vorm van bronchitis capillaris of catarrhus sufFocativus acutus te vestigen.

§ 520. De door bronchitis capillaris aangetaste longen zakken bij het openen van de borst niet ineen, blijven veerkrachtig, knetterend, en zijn met zeer talrijke helderroode stippen bezaaid; bij het insnijden in dezelve vindt men het slijmvlies der luchtbuizen tot in deszelfs fijnste vertakkingen opgespoten, gezwollen, en uit alle punten dringt taai, dik, ettervormig slijm naar buiten. Het tusschenliggend longweefsel is violet rood, en enkele longkwabjes zijn, ten gevolge van de toesluiting der luchtkanalen, in kleine

verharde kernen overgegaan. _

§ 521. De toevallen der bronchitis capillaris verschijnen vaak plotseling; dikwijls echter ook zeer langzamerhand en verraderlijk. Zeldzaam verraadt eene acute of vastzittende pijn het gevaar der ziekte aan den lijder en zijne betrekkingen; gewoonlijk is slechts een gevoel van drukking of benaauwdheid op de borst aanwezig. De inspannende hoest kan echter alsbij bronchit.s acuta, eene scheurende, over de geheeleborstverspre.de pijn op de aanhechtingspunten des middelrifs veroorzaken De ademhaling is kort, dikwijls scheurend, dikwijls hijgend, soms door hoeststooten afgebroken. De benaauwde ademhaling klimt aanvalsgewijs tot ware verst,kk.ngsangst, en is bijzonder sterk na de hoestaanvallen; deze is gemeenhjk droog, en alleen na hevige en lange inspanningen gelukt het den lijder, met moeite eemge spaarzame, witte, in draden uiteenloopende, sterk aan het vat klevende fluimen uit te werpen. De hoest komt hoorbaar uit de d.epte der borst, en heeft dikwijls iets stuipachtigs. Hevige hoestaanvallen emd.gen soms me braken van slijm. De aanvankelijk doorschijnende fluimen worden hij het verder beloop der ziekte ondoorschijnend, geelachtig, groenachtig. De per-

Sluiten