Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehoopte zwarte stof en geeft daardoor aan de kleur der loog eene geheel donkere tint.

§ 606. II) Tijdperk der uitzweeting en weefselvervloeijing, LiiraEc'» roode hepatisatie. Toename Tan de absolute en specifieke zwaarte der ontstokene longdeelen; zij zinken in het water snel op den bodem en al het knetteren is verdwenen; volgens Geüdriü staat het specifiek gewigt der gehepatiseerde long tot dat der natuurlijke, als 1,lol, 19 tot 1. Uit de doorsnede vloeit bij drukking en schaven eene slechts weinig schuimende, kleverige , morsig donkerbruine of geelachtige vloeistof. Het celachtig maaksel is geheel verdwenen, het bruinachtig longweefsel komt in eene gelijkvormige, in kleur en aanzien op de lever gelijkende zelfstandigheid veranderd voor; alleen de groote luchtbuizen en vaten komen in deze gelijkvormige massa als strepen en eilanden ingelegd voor en geven haar een gemarmerd aanzien; daarbij is zij zeer broos en ligt scheurbaar, weshalve Asdral voorgeslagen heeft, dezen toestand met den naam van roode verweekitig te bastempelen. Karakteristiek is voor de hepatisatie der lon^ de korrelige hoedanigheid der doorsneêvlakte; zij ziet er uit als uit eene menigte zeer kleine kort opeen gedrongene rondachtige korreltjes zamengesteld, hetgeen bijzonder bij schuin invallend licht zeer duidelijk wordt (1). liet slijmvlies der luchtbuizen is helder rood en geelt daardoor tot de helderroode strepen aan-

(1) Waardoor worden deze korreltjes gevormd? De gevoelens daaromtrent zijn verdeeld; velen meenen, dat deze korreltjes door de zwelling der rokken van de fijnste luchtcellen gevormd worden; de meesten (Axdral , Locis, Elliotso.v, Rok.ita.vsky, Hassej verklaren zich echter daarvoor, dat de korreltjes hun ontstaan aan de ophooping van eene soms meer, soms minder vaste afgescheidene stof binnen in de longcellen te danken hebben. Louis heeft gevonden , dat men , wanneer men vocht in de luchtbuizen drijft, hetzelfde korrelig uitzien kunstmatig kan voortbrengen. Yolgens Rokitansky , die deze afgescheidene stof met de croupachtige uitzweeting in de luchtpijp vergelijkt (croupachtige longontsteking?), is de korrel een hardachtig , broos, donkerrood, rondachtig propje, dat aan de gezwollene donkerroode wanden der luchtcellen vastkleeft en zeer moeijelijk af te scheiden en uit te nemen is. Williams vereenigt de beide gevoelens en beschouwt de granulatien als blaasjes, wier rokken door eene insterstitiele afscheiding van lymplia uitgezet en in emphysematische longen, van eene overeenkomstige grootte zijn (verg. t. a p. S. 271). Ik zal later trachten aan te toonen , dat deze granulatien stellig de met vormingsstof gevulde longblaasjes, maar in eenen van buiten zamengedrukten toestand zijn, doordien dezelfde vormingsstof ook de ruimten van het interstitieel weefsel vult.

Overigens komt eene door Chomel, Andral en Williams waargenomene verscheidenheid der hepatisatie voor, waarin de opgemelde korreltjes geheel ontbreken; het weefsel der longen is in die gevallen donkerder gekleurd, gelijkmatiger, dikwijls weeker, en ook dezen toestand heeft men splenisatie genoemd, met welk woord over het geheel een groot misbruik wordt gedreven. Asdral meent, dat het ontbreken der granulatien van eenen hoogeren graad van uitzweeting en eene nog vollediger toesluiting der luchtcellen afhangt; Williams houdt daarentegen dezen vorm meer voor eene ontsteking der vaatvlechten en des interstitielen long weefsels met mindere aandoening van de rokken der luchtblaasjes, — welke meening mij ook aannemelijker voorkomt, dan die van Akdral, en overeenstemt met hetgeen ik zoo even over den aard der granulatien heb aangemerkt. Eindelijk merkt Rokitassky aan, dat wanneer de in de longen nedergelegde vormingsstof arm aan stolbare deelen is, de vorming van een korrelig maaksel in het longweefsel niet mogelijk is.

De hepatisatie van een gedeelte der long kan zeer snel opkomen , zonder dat een door merkbare verschijnselen herkenbaar tijdperk van bloedovervulling is voorafgegaan. Zulke gevallen zija voornamelijk eigen aan de later te beschrijven typheuse bijsoort van de longontstekiug.

Sluiten