Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weefsel nedergelegde vormingsstof (van daar inzonderheid bij longontsteking met verharding) grijpt soms geene, soms slechts eene onvolkomene opslorping plaats; de vormingsstof wordt door vaatverlenging in een gelijksoortig, zich meer en meer in een schrompelend weefsel veranderd en de verandering eindigt in toesluiting der longcellen , cirrhosis.

§ 622. Abscessen genezen ook door likteekenvorming in het omgevend longweefsel, waardoor de holten van de overige longzelfstandigheid afgescheiden worden. Hunne wanden kunnen op dezelfde wijze als die der tuberkelholten , wegsmelten.

$ 623. Het veelvuldigst is de regter, minder dikwijls de linker, het zeldzaamst zijn beide longen de zitplaats der ontsteking. De statistieke opsommingen van Andrai, Louis, Ciiomel, Briqüet, Bouillaud , Forbes, Berg, Pelietan uit talrijke gevallen stellen dit buiten allen twijfel (1).

Een niet minder verschil bestaat er ten opzigte van de zitplaats der longontsteking in de bovenste of in de onderste kwabben. Alle waarnemers zijn het daaromtrent eens, dat de longontsteking veel vaker de onderste dan de bovenste longkwabben aantast, terwijl het omgekeerde omtrent de tuberkelzucht geldt (2). Voorafgegane ziekelijke verandering van het longweefsel oefent eenen gewigtigen invloed uit op de rigting van de plaats waar zich de ontsteking nederzet; zijn er b. v. reeds tuberkelverzamelingen aanwezig, dan slaat de longontsteking ook zeker haar leger in het reeds zieke gedeelte of in de nabijheid daarvan op; bij zwakkelijke individus komt volgens Briqdet vaker longontsteking in den top der longen voor (3). Merkwaardig is het dat epidemische longontstekingen somwijlen bij voorkeur de bovenste kwabben aantasten (b.v. de typheuse longontsteking, die in den zomer van 1833 in Dublin heersclite).

§ 624. Gewoonlijk breidt de longontsteking zich over eene geheele of het grootste gedeelte van eene kwab, soms ook over meer kwabben uit. Maar niet alle plekken zijn in gelijken graad door den vochtstilstand aangetast en vele deelen zijn reeds rood en grijs gehepatiseerd , terwijl de andere zich nog eerst in den toestand der bloedophooping bevinden. In het

(1) In 731 gevallen, die ik uit Andral, Ciiomel-, Berg, Briqüet, Hasse heb verzameld, waren in 418 de regter, in 236 de linker, in 77 de beide longen aangetast. In 1131 door Forbes verzamelde gevallen leed de regter long 562-, de linker 333 maal, beide Iongen zouden 236 maal aangedaan zijn geweest. Men ziet hier , hoe alleen groote getallen in staat zijn velerlei dwalingen in de ziektekundige statistiek te weren; want naar de kleine uit Portal's , Wendt's en zijne eigene ondervinding ontleende resultaten kon J. Frank nog beweren : » Pulmonis alterutrius inüammatio aequuli rationa in uno ac in altero thoracis cavo reperiri solet (t. a. p. p. 396)."

(2) Pelletan stelt de evenredigheid der lagere longontsteking tot die der hoogere op 1$ : 1. In Andrai.'s 88 gevallen hadden 47 hunne zitplaats in de benedenste, 30 in de bovenste kwabben, 11 in de geheele long. In Booili,aüd's 19 gevallen was het onderste gedeelte 14-, het bovenste slechts 5maal aangetast; Briqüet vond de spits der long bij 18, het onderste gedeelte bij 47, het middelste bij 9, het achterste van boven tot beneden bij 4 , het voorste slechts bij 2 en de geheele uitgestrektheid der longen bij eenen zieke als zitplaats der longontsteking.

(3) Van de 18 zieken, waar enkel de spits der long ontstoken was, nam de longontsteking slechts 4 maal de linker, in alle andere gevallen de regter long in; eene zeer merkwaardige overeenstemming met hetgeen bij longtering voorkomt , waar de spits der regter long meestal de zitplaats der eerste tuberkels is (Briqüet in Sciihidt's Jahrb. Bil. XXVII. S. 334).

Sluiten