Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden is. Het celademen is in de meeste gevallen niet dadelijk bij de oplossing der longontsteking hoorbaar.

Nog langen tijd 11a de oplossing hoort men soms enkel een onbestemd ademen, of sissen , snorren , fluiten , reutelen. Ook bij onvolkomene verdeeling geeft de auscultatie geene andere verschijnselen.

$ 638. 3) Pyn. Het eigen weelsel der longen gaat voor ongevoelig dooien de ziekelijke veranderingen daarvan zouden slechts het gevoel van belemmering, van eene verhindering, van een op de borst drukkend gewigt veroorzaken. Men vindt daarom ook in het grootste getal der leerboeken onder de verschijnselen van longontsteking de pijn niet vermeld. En toch leert de ondervinding, dat slechts een gering aantal lijders aan longontsteking geheel zonder pijn zijn, en zelfs in die gevallen is zeer dikwijls nog stupor de rede, waarom de zieken daar niet over klagen (1).

§ 639. De meeste waarnemers schrijven de stekende pijn aan medeaandoening van het borstvlies toe. Andbal en Briquet meenen in al zulke doodelijk eindigende gevallen de aanwezigheid van borstvliesontsteking bevestigd te hebben gevonden. Ontbrak de pijn, dan was, volgens Ahdral , het borstvlies ook altijd vrij van medeaandoening. Zeker is het waar, dat in bijna alle gevallen van longontsteking het borstvlies ook in eene geringe mate mede is aangetast; vele geneesheeren (zoo als Rokitamsky) nemen zelfs aan, dat het mede ziekworden van het borstvlies bestendig is; men vindt na den dood roodheid, dunne, slijmvliezige uitzweetingen, vergroeijingen, ligte vochtuitstortingen in de borstvliesholte, die de zieke long bevat. Echter mag men niet ontkennen, dat er ook door lijkopening bewezene gevallen van zuivere longontsteking zonder eenige deelneming van het borstvlies voorkomen, ofschoon zij zeer zeldzaam zijn. Het verband tusschen de stekende pijn en de borstvliesaandoening is geenszins zoo bepaald en bewezen, als b. v. Andrai. dit wil laten voorkomen. Onder de door Andral zeiven aangevoerde gevallen zijn er verscheidene, waarin verschillende graden van pijn waargenomen werden, zonder dat eene in het lijk gevondene ontstekingachtige verandering van het borstvlies vermeld wordt. Heerniüs onderzocht het borstvlies en het weivlies der longen bij een jong mensch, die aan ontsteking en zijdewee gestorven was. » Pleuram inviolatam deprehendimus," zegt hij, »membrana pulmonem investiens integra " (2). Twee vol-

(1) Observat. Heürnii ad calcetn operis Fernelii. Ed. Colon. 1679.

(2) » Van 82 regelmatig waargenomen gevallen, vond 71 maal in een der zijden van de borstkas een stekende pijn plaats; deze is diensvolgens een bijna standhoudend verschijnsel, want van de 11 voorwerpen , waarbij men geen pijn konde bepalen , verkeerden 2 in zulk eenen gevaarlijken toestand, dat zij buiten staat waren, om omtrent hun lijden uitsluitsel te geven; een derde leed aan lobulaire ontsteking, een vierde aan ontsteking van beide longen, liij 15 zieken, bij welke de longontsteking zich in het eerste tijdperk bevond, ontbrak deze pijn bij geenen (liaIqüet, Sciimidt's Jahrb. Bd. XXVU. S. 551). — Van 26 longontstekingen, wier uitvoerige geschiedenis door Eouilladd is medegedeeld, waren slechts 2 zonder pijn; bij beiden had dc ziekte merkwaardigerwijze hare zitplaats in de bovenste kwabben (Clinicjue méd. de 1'hopit. de la Charité.Paris. 1838. T. I).

Sluiten