Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te ademen. Deze zigtbaar belemmerde ademhaling is zeer gewigtig voor de herkenning van de longontsteking bij kinderen, waarbij de subjective verschijnselen naauwelijks kunnen gebruikt worden; de versne.de ademhaling, de onbewegeüjkheid der borstkas, het ademen met den buik, het binnenwaarts trekken van het onderste gedeelte des borstbeens en van de valsche ribben, in plaats dat de borst zich verheft, zijn vaak de eenige verschijnselen, uit welke de longontsteking in dezen teederen leeftijd te herkennen is. Ontsteking van de" spits der longen veroorzaakt, volgens Andral en Briolet , sterkere belemmering van de ademhaling , dan de aandoening der ondeiste kwabben. Bij vele zieken staat de hevigheid van de beklemming van het ademhalen in geene verhouding tot de geringe uitbreiding der ontsteking. Volgens Löwenhabdt bestaat de eigenaardigheid bij de uitademing daarin, dat de zieke bij eenen gestadigen aandrang tot inademing, uithoofde va i het groote gebrek aan lucht deze zooveel mogelijk tracht te verkorten, als het ware over te springen; hij stoot de lucht op eens van zich ai (1).

De specifieke aard en de verschillende graad van den vóchtsti.stand i>i longen is de reden, waarom de uitgeademde lucht nu eens heeter, d.in weder koeler is, en de waarnemers het in dit opzigt niet met elkander eens zijn (2). Ntsten nam in één geval een aanmerkelijk gering verbiuik van zuurstof waar (3).

§ 641. 5) Welke ligging voor de lijders aan longontsteking de gemakkelijkste of alleen mogelijke is, daaromtrent heerschte veel tegenspraak onder de schrijvers. Sommigen beweren, dat de zieke op de zieke zijde iet iiesi ligt, anderen zeggen hetzelfde van de gezonde; volgens Reil lifït de zieke bij drukkende pijn op de zieke, bij stekende op de gezonde zij<!e. ijne ondervinding stemt met die van Andral en Williams overeen, dat lijders af-ïi longontsteking volstrekt geene ligging op eene zijde, maar slechts die op den rug kiezen.

§ 642. 6) Williams noemt teregt den hoest een zeer onzeker verschijnsel, daar hij vaak in de ergste gevallen zeer onbeduidend is. Williams is van meening, dat de hoest meer van de vergezellende luchtbuisontsteking, dan van de ontsteking des weefsels zelve afhangt (4). Door den hoest worut de drukking op de borst zeer vermeerderd; de zieken voelen gewoonlijk, c;at de prikkel tot hoesten uit de ontstokene streek der longen komt. Naarmate van den voortgang der beterschap wordt ook de hoest zeldzamer en zaci :r.

§ 643. 7) Van zeer hoog belang voor de' herkenning en de voorspelling is de fluimlozing en de hoedanigheid der fluimen. Zeer vaak, zoo niet altijd, zijn de fluimen in het eerste tijdperk van een geel, roestkleurig, zeik rood aanzien, vloeijen in eene geleiachtige massa ineen, en hebben zulk

(4) Löwenhardt, Diagn. pract. Abhandlungen etc. Prenzlau, 1835. Th. I.

(2) J. P. Frank vond in de meeste gevallen de uitgeademde lucht niet heet. ^an hetze.i le gevoelen was ook Schdidtmash , totdat hij zich later overtuigde, dat er stellig gevallen voorkwamen, waarin het tegendeel plaats greep (Snmma observationum etc. Yol. 1 p. 29;. J«I:<ahk verklaart den lageren warmtegraad der uitgeademde lucht uit het korter verblijf derzelve in de snel ademende long (t. a. p. S. 338).

(3) Terg. J. Frank, t. a. p. p. 359. Not. 91.

(4) T. a. p. p. 226.

Sluiten