Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duur, beloop en uitgangen.

§ 662. Op den d uur der acute longontsteking heeft de wijze van haar ontstaan, de individualiteit des lijders, de meer of minder krachtdadige en doelmatige behandeling, het tijdperk en de graad, waartoe de ziekte reeds is gekomen, zulk eenen invloed, dat er zich moeijelijk iets bepaald laat vaststellen. Wij zien soms de bloedovervulling zeer snel in roode en grijze hepatisatie overgaan, en er komen gevallen voor, waar hepatisatie ontstaan is, voordat de koortsbewegingen den zieke nog genoodzaakt hebben het bed te houden: dikwijls komt de ziekte plotseling met hevige koorts op en ter» wijl eenige uren na het ziek worden het naauwkeurigst onderzoek in de geheele long niets heeft aangetoond, zoo is toch 24—36 uren later een groot gedeelte derzelve gehepatiseerd (Skoda). Deze snelle overgang zou inzonderheid bij jonge en krachtige of over het geheel tot stolbare uitzweetingen geneigde voorwerpen voorkomen (Hasse). In andere gevallen gaat de ziekelijke verandering langzamer van de hand, en het duurt vaak 19 en meer dagen, eer het tot hepatisatie komt, hetgeen inzonderheid daarom opmerkzaamheid verdient, omdat daaruit blijkt, hoezeer oudere geneesheeren (Boerhaave) gedwaald hebben, toen zij de verdeeling der longontsteking na den -tden dag niet meer voor mogelijk hielden. Volgens Laessec duurt het omstreeks 12 uren tot 3 dagen, eer op enkele plekken etterachtige infiltratie tot stand komt; het tijdperk der ettering strekte zich tot 6 dagen uit, voordat men eene volledige verweeking der geïnfiltreerde deelen waargenomen had. Hierbij moet men in het oog houden, dat verschillende plekken der long gelijktijdig door verschillende graden van den vochtstilstand kunnen aangetast zijn. Volgens Aïïdrai bedraagt de middelbare duur der longontsteking 12—25 dagen; vele gevallen houden slechts 2 en 3, anderen 13—14 dagen aan. Het veelvuldigst beslist zich de ziekte tusschen den 5den en 7den dag. Andral's opsomming toont, dat op den 7den, lOden, llden en 14den dag zich betrekkelijk de meeste longontstekingen beslissen. Niet zelden grijpt op den 3den of 7den dag eene nabiting plaats, waarop spoedig een nieuwe hevige ziektestoot volgt. Volgens Cülles en Reil zou de verdeeling langzamer plaats grijpen, wanneer de longontsteking ligt, dan wanneer zij zeer hevig is. Longontstekingen van eenen metastatischen oorsprong verloopen vaak nog sneller dan de atmospherische ; onder de kwaadsappige onderscheiden zich de galachtige, rheumatische, pyaemische en puerperale longontsteking, door haar snel beloop.

§ 683. De rhjthmus der ziekte is óf aanhoudend óf nalatend; de nalatmgen grijpen des morgens, de verheffingen des avonds plaats. Buiten deze dagelijksche afwisseling in de verschijnselen , schemert vaak ook nog een andere anderdaaagsche rhjthmus van nalaten en verergering der ziekte door.

§ 664. Uitgang in verdeeling. De uitgang der acute longstontsteking in genezing heeft plaats onder zoogenoemde algemeene en plaatselijke crises. De algemeene zijn: zweet, bezinksel in de pis, doorloop, huiduitslag, bloeding, abscesvorming; — de plaatselijke crisis geschiedt door fluimlozing. Dikwijls komen verscheidene dezer crises met elkander verbonden voor, dikwijls beperkt zich de critische uitscheiding tot een alleenstaand deel. net veel-,

111. 2. 17

Sluiten