Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk eene waarneming medegedeeld (1). Maar niet ieder zweet van lijders , aan longontsteking is van eenen critischen aard. Vele zieken zweeten gedurende het geheel beloop der ziekte. Niet zelden wordt daardoor de hevigheid der ziekte zeer verzacht; dit is evenzeer symptomatisch zweet, als dat, hetwelk de benaauwdheid en de moeijelijke ademhaling den zieke somtijds afpersen. Het critisch zweet verschijnt gewoonlijk opdenöden, 7den dag der ziekte, onder merkbaar nalaten van de koorts en van de plaatselijke verschijnselen; de huid wordt van lieverlede vochtig en dampend bij eenen weeken pols, de ademhaling gemakkelijker; dit is hetgeen ik eene erethische crisis genoemd heb. In andere gevallen gaat het critisch bedrijf veel wilder en sneller van de hand (synochale crisis)-, het zweet breekt plotseling op de kort te voren op het gevoel drooge en brandende huid los, is zeer rijkelijk, en even snel nemen de ziekteverschijnselen af.

^ 668. 2) Crisis door de pis. Bezinkende pis (gewoonlijk rood, geel, slijmig, zelfs etterachtig bezinksel) is altijd een gewenscht teeken in de longontsteking, vooral wanneer er tevens critisch zweet aanwezig is. De verbinding dezer beide crises laat eene des te sneller en vollediger verdeeling der ontsteking hopen. Dikwijls wordt de crisis door de pis door eene jumenteuse , verzadigde hoedanigheid der pis voorafgegaan; zij zet eene witte, slijmige stof aan de wanden van het urinaal af en bedekt zich met een dergelijk vlies; thans eerst wordt de scheiding des bezinksels van de overige pis volledig. Hippocrates hield het reeds voor een ongunstig voorteeken, wanneer de pis, die dik en troebel was, tegen den 4den dag weder »dun of raauw" wordt.

§ 669. 3) Plaatselijke crisis door fluimen. De ouden schreven aan de fluitnlozing als crisis de hoogste waarde toe. De stof, die de longvaten verstopte , kon naar hunne denkbeelden langs geen beteren of korteren weg opgeruimd worden. Deze theorie zou onverschillig geweest zijn, zoo zij niet de gevaarlijkste terugwerking op de praktijk uitgeoefend en tot het misbruik der zoogenoemde fluimlozende middelen verleid had. Tegenwoordig weet men, dat de uitdrukking «plaatselijke crisis" niet zoo moet opgevat worden, alsof eene verdeeling der longontsteking zonder fluimlozing niet mogelijk was. Reeds boven zeiden wij, dat de ondervinding niet zelden het tegendeel leeit. Echter openbaart zich in de meeste gevallen de verdeeling van den vochtstilstand door verandering van de hoedanigheid der fluimen; zij verliezen hunne taaije hoedanigheid, laten ligt van de luchtbuizen los , kleven dus ook buiten de luchtbuizen niet vast aan de wanden van het kwispedoor worden dik, ettervormig, op het slijm gelijkend, zoo als men het op het einde van eene neusverkoudheid waarneemt, — kortom , het zijn de sputa cocta, gelijk men ze in de luchtbuisontsteking ziet, en waarschijnlijk inderdaad ook slechts een voortbrengsel van de zich oplossende prikkeling van liet slijmvlies. De teruggaande verandering van het zieke longweefsel heeft niet eensslags plaats, maar van lieverlede; de fluimlozing duurt lang na.

§ 670. De crisis door het darmkanaal is veel zeldzamer dan de eerstgenoemde; een gastrische, galachtige of typheuse oorsprong, of zoodanige zamenstellingen der longontsteking begunstigen haai- voorkomen. » Materies

(1) Verg. Holscheu's Annalen. Bd. V. S. 426.

17 *

Sluiten