Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^■

haling der aderlating. Haar ontstaan hangt van de meest verschillende omstandigheden af, zij kan aanvankelijk ontbreken en in opvolgende aderlatingen des te sterker worden, naar gelang men ze vaker herhaalt. In hoever de ontstekingskorst invloed mag uitoefenen op de herhaling der aderlating kan niet beter uitgedrukt worden, dan met de woorden van Hdxhaii: » Densae hujus crustae phaenomenon in sanguine, ac pulsus fortis et durus sanguinem detrahere jubent, donec ad minimum liberior et facilior reddatur respiratio

§ 689. Evenmin kan uit de hoedanigheid van den pols alleen, zonder vergelijking met den graad van de moeijelijkheden in het ademhalen en de overige verschijnselen , eene aanwijzing of tegenaanwijzing voor de herhaling der aderlating ontleend worden. In den hoogsten graad der bloedovervulling en opstopping van het longweefsel is meestal de pols onderdrukt, klein, zélfs onregelmatig ; hij ontwikkelt hardheid en volheid naar gelang het bedrongen deel vrij wordt (1). Somwijlen komt de pols reeds op, wanneer men den lijder eenigzins diep laat ademhalen. Zwakte van den pols onder deze omstandigheden mag nooit van de door de overige verschijnselen aangewezene ontlasting afhouden. Maar hebben de plaatselijke toevallen', belemmerde ademhaling, pijn , hoest, de verschijnselen van de auscultatie, nagelaten, dan bestaat er ook bij eenen harden en vollen pols geene aanwijzing tot de aderlating.

§ 690. Ofschoon de toestand der krachten ten opzigte van de herhaling der aderlating in aanmerking dient genomen te worden, mogen toch in deze ziekte het allerminst uit vrees voor verzwakking de noodzakelijke ontlastingen nagelaten worden : » Praestat aegrum debilem sanari, quam 1'ortem mori." Dikwijls is de zwakte slechts schijnbaar; dikwijls verdragen magere slanke voorwerpen de bloedontlastingen beter dan sterke, stevige individus. Hiermede willen wij echter dat vampyrismus niet voorspreken, dat, zonder te bedenken, dat de bewerktuiging ter volledige oplossing der plaatselijke veranderingen van het ontstoken deel eene zekere mate van kracht en terugwerking behoeft, bloed afzuigt, zoo lang de pols koortsig is. Is de cri* sis in eenen geregelden gang, wordt daarbij de ademhaling gemakkelijker, laten de losse fluimen zich zonder moeite ophoesten, bij eene dampende huid en bezinksel in de pis, dan late men altijd de matige terugwerking begaan. Dit geldt echter alleen van de ware crisis. Een enkel symptomatisch zweet in het eerste tijdperk en in het beloop der ziekte mag evenmin van de aderlating afhouden, als deze door eenigerhande soort van fluimen b'j eene overigens bestaande aanwijzing verboden wordt.

§ 691. 2) Er bestaat geen bepaalde tijd in het beloop der longontsteking, na welken, wanneer de toevallen het vereischen, het niet meer geoorloofd zou zijn, ader te laten, en de grondstelling, dat drie dagen of later na het begin der longontsteking de aderlating kwade gevolgen zou hebben , is even onwaar, als de waarschuwing van vele schrijvers, dat zij op zekere dagen, die zij als critisch onderscheiden, gemeden moet worden; J. P. Frank

(1) »Pulsus in hoe morbo haudcjuaqiiam fidus est index,* (juandoquidem saepe ob impeditum sanguinis cursum mire turbatur; imo, qui vix sentiendils erat ante venae sectionem, saepe post valide pulsat." (IIuxham).

Sluiten