Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ml

§ 706. Stovingen en inademingen zijn in het algemeen in het tijdperk van bloedovervulling overbodig, de eerste doordat zij ligt verkouding veroorzaken, de laatste, omdat zij de longen prikkelen inspannen en beklemmen, zelfs bedenkelijk. Beter passen warme stovingen in een later tijdperk der ziekte , wanneer de vochtstilstand reeds palief is geworden, of van het begin af aan een passief karakter heeft. Alleèn in de longontsteking door verwonding zijn koude omslagen geoorloofd, bij rheumatische longontsteking en groote pijnlijkheid kan men op de pijnlijke plaats eene door het gewigt niet bezwarende stoving (flanel in warm water, warme melk, of warme olie gedoopt, verzachtende afkooksels, eene daarmede gevulde blaas of eene groote spons) aanwenden. Oók werden inwrijvingen van vette oliën en verzachtende zalven aangeprezen , zonder dat wij inzien, welk nut zij zullen doen. Lavementen van enkel koud water of van water en azijn zijn ook in het eerste tijdperk en bij een sthenisch karakter der longontsteking zeer werkzaam tot ontlasting der darmen, tot matiging der koorts, tot verdunning der vezelige taaiheid der bloedmassa. Purgeermiddelen worden in longontstekingen niet verdragen.

§ 707. Eene te vroegtijdige aanwending der Spaanschetliegenpleisters in het eerste tijdperk, bij sthenische terugwerking, maakt andere middelen,

zoo als inzonderheid de aderlating niet ontbeerlijk, mist de verwachte werking en stookt meestal de koorts aan. Maar zoodra de hevigheid van de

ontsteking en van de koorts gebroken is , zoodra men alleen meer met de verdeeling van den passiven plaatselijken bloedstilstand , de doorgaans nablijvende zuchtige infiltratie van het longweefsel te doen heeft en de tijd der bloedontlastingen voorbij is, dan is de Spaanschevliegenpleister op zijne plaats, bevordert gewoonlijk de crisis door zweet en fluimen en neemt de laatste overblijfselen van pijn en beklemming weg. Ik onderhoud gaarne zijne ettering eenen tijd lang, omdat ik daardoor op de zekerste wijze de slepende instortingen der ontsteking meen voor te komen (1).

$ 708. Het is ook dit tijdperk van lijdelijkheid, waarin men het regt heeft, den ontstaanden of aanwezigen torpor door het gebruik van inwendige prikkelende middelen, senega, arnica, alandswortel, kamfer, benzoë, ammonia, ammoniakzout, en door inademingen tegen te g#an. Wij kunnen echter niet genoeg legen het voorbarig gebruik van deze klasse van middelen waarschuwen; te ver gedreven voorzigtigheid in dit opzigt doet minder schade dan het tegendeel. Altijd beschouwe men de zwakte van den lijder aan longontsteking als iets dubbelzinnigs; het ophouden van de fluimlozing geelt geheel alleen op zichzelven beschouwd evenmin regt tot het toedienen van prikkelende of fluimlozende middelen, als de ontstekingskorst alleen de herhaling van aderlatingen regtvaardigt. Als aanwijzingen voor de senega en andere prikkelende middelen beschouwt men den stilstand der fluimlozing bij dreigende longverlamming, eenen zwakken , weeken pols, groote algemeene zwakte , bij vertraagde oplossing van den passiven vochtstilstand na eene

(1) In beginnende longontstekingen ligt Scelle-Moxdezeex vette wol, die met een loogzoutig smeersel bestreken en verwarmd is, op de borst. Na § , hoogstens 1 nur breekt zweet uit en wel soms zoo sterk , dat de wol als uit het water gehaald schijnt. Op deze wijze meent S. reeds vele longontstekingen verdeeld te hebben.

III. 2- . 18

Sluiten