Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hevige belemmering van de ademhaling, onbewegelijkheid van de zieke zijde der borstkas, zuchtige zwelling van dezelve en van den rug, liggen des lijders op de zieke zijde en op den rug, versterking van de ademhalingsbelemmering bij de onverdragelijke ligging op de gezonde borsthelft, afnemen van het gevoel in den zuchtig gezwollen arm der zieke zijde, gevoel van vochtgolving in de borst bij liggingsverandering, uitzetting van den bovenbuik en de zijden daarvan door het nederwaarts gedrukt middelrif, hectische koorts, bezinkende stinkende pis.

Daar de vorming van uitzweeting gelijken tred houdt met de pleuris in haar ontstaan en voortgang, is de herkenning van de ziekte en die van haar voortbrengsel niet voor afscheiding geschikt.

Verscheidenheden der verschijnselen.

§ 720. Als nalezing op de in hoofdtrekken ontworpene algemeene schets van het ziektebeeld der pleuris, dient de ontleding der afzonderlijke verschijnselen :

a) J'lJn- Dikwijls is de pleuritische pijn in het begin der ziekte meer verspreid en zet zich eerst op den 2den, 3den dag vast. Ofschoon zij ook het veelvuldigst de streek onder den tepel inneemt, treft men haar toch in de meest verschillende deelen van de borst aan ; niet zelden is zij over eene geheele helft der borst uitgestrekt. De plaats, die de zieke als zitplaats van de pijn opgeeft, is echter niet altijd de zitplaats der ontsteking; ik heb nog kort geleden eenen lijder waargenomen, die bij hevige pleuropneumonie van beide zijden minder over pijn in de borst, dan in de bovenbuiksstreek klaagde; Schojïleix bepaalt de aandacht op eene bij pleuris voorkomende, van den rug naar de lendenstreek trekkende pijn, die ligt tot dwaling kan aanleiding geven (1). De pleuritische pijn wordt door diep ademhalen, hoesten, door diepe drukking op de tusschenribbige spieren, dikwijls reeds door de percussie, door het liggen op de zieke zijde vermeerderd. Dikwijls is het moeijelijk te beslissen, of de pijn werkelijk pleuritisch of slechts het verschijnsel van ,eene aandoening der borstspieren is. Dit laatste mag men vermoeden, wanneer reeds eene ligte uitwendige drukking op de pijnlijke plaats de pijn vermeerdert, om het even of men op de ribben of op hunne tusschenruimten drukt, wanneer de pijn ver uitgestrekt is en zwerft. Intusschen zijn ook deze kenmerken zonder inachtneming van de overige verschijnselen onvoldoende ter herkenning. De hevigheid van de pijn is niet steeds gelijk; zij is soms zeer hevig en de zieken wagen het naauwelijks de borst zacht te verhelFen, soms is zij zeer dragelijk, en zij kan geheel ontbreken (2). Dikwijls is zij slechts in hel begin der ziekte sterk en neemt af naarmate van de ontwikkeling der etterborst. De pijn is een der eerste verschijnselen, dat bij den uitgang der pleuris in genezing verdwijnt; haar wederopkomen is een stellig teeken van het wederopkomen der ontsteking.

(1) Yortrage ctc. herausg. von Gütebbock. H. I. S. 86.

(2) Eisïmloï neemt aan, dat in die gevallen, waarin de pleuritische pijn ontbreekt, illeen het naar zijn gevoelen ongevoelig longblad, en niet het ribbeblad van het borstWies door vochtatilstand aangedaan is (die KrankheilsfamiUe Rheuma. lid. 111. S. 243).

Sluiten