Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genaaid, genjK. op net oogenmik eener diepe inademing, de bovenbuik is aan de kant der lijdende zijde sterker gewelfd, de lever en milt worden onder den rand der onware ribben duidelijk voelbaar, inzonderheid wanneer de zieke regtop zit; de eerst in het onderste gedeelte der borstkas merkbaar wordende verwijding breidt zich langzamerhand ook naar boven uit. Is de werktuigelijke uitzetting van de ruimte door de vochtverzameling de eenige oorzaak van het zoo karakteristiek verschijnsel van verwijding der borstkas? Stores heeft aangetoond, dat hiertoe ook de verlamming der door de in de nabijheid plaats grijpende ontstekingachtige werkzaamheid lijdende ademhalingsspieren, des middelrifs en der tusschenribbige spieren medewerkt, en daarom de verwijding ook bij eene aanzienlijke uitzweeting nooit in het begin, maar eerst in het later beloop der ziekte voorkomt, dikwijls zelfs bijna plotseling ontstaat. Noch in de symptomatische borstwaterzucht, noch in het empbysema der longen, noch in de hypertrophie der lever worden hier de tusschenribbige ruimten naar buiten gedrongen en effen gemaakt, maar zij zijn slechts gespannen, meer duidelijk bemerkbaar. Hasse heeft deze waarneming bevestigd gevonden (1). Stores heeft gevallen van etterborst waargenomen , waar in het begin de aangedane zijde, in plaats van uitgezet te zijn, zamengetrokken was (2).

§ 72-3. ƒ) Verdringing der deelen. Verdringing van het hart, van het middelvlies naar de aan de zitplaats der uitzweeting tegenovergestelde zijde, naar beneden dringen van het middelrif dikwijls in zoodanigen graad, dat er vochtgolving in den bovenbuik voelbaar wordt, opdringing van de maag, van de lever en de milt zijn zeer karakteristieke teekenen van de etterborst. De verdringing van het hart bij etterborst aan de linkerzijde is het gewigtigste, en dikwijls is het den lijder zeiven merkbaar, dat hij zijn hart op eene ongewone plaats voelt kloppen; het is dus ook minder moeijelijk eene etterborst aan de linker-, dan aan de regterzijde te herkennen (3). Townsesd heeft verschuiving van het hart tot in de linker okselstreek waargenomen.

§ 724. g) Percussieklank. Sroda heeft doen opmerken, dat eene schijnvliezige of eene matige (zelfs tot eenen duim dikke) tusschenlaag van vloeibare uitgezweete stof tusschen de nog lucht bevattende long en de buigzame borstwanden den percussie klank niet kan verdooven. Alleen dan wanneer de lucht uit de long verdrongen, wanneer deze met wei, bloed doortrokken is, of wanneer de plaats, onder welke de uitgezweete stof ligt, onbuigzaam is, wordt de percussieklank reeds vroeger dof, en wel des te doffer, hoe

(1) T. a. p. S. 259.

(t) W. Stores, Yorlesungen über die Heilung der inneren Krankheiten, Leipz. 1859. S. 320.

(1) » De verdringing van het middelvlies," zegt Wiliiaüs (Yorlesungen etc. S. 223), »kau men enkel door percussie waarnemen. In zijne natuurlijke ligging deelt het middelvlies de beide holten van het borstvlies in da middellijn des borstbeens af, welk been, uithoofde van de onder hetzelve liggende randen der long, bij de percussie eenen goeden klank geeft. Maar eene rijke, lijke nitstorting drijft het middelvlies naar de tegenovergestelde zijde, neemt de ruimte achter het borstbeen in, weshalve dit bij de percussie eenen doffen klank geeft, die zich zelfs nog \ duim voorbij hetzelve kan uitstrekken. Deze dofheid is het merkbaarst onder de aanhechting der 2de rib ; want boven dezelve is de weergalm zelden verdwenen en verkrijgt vaak door de groote niet zamengcdrukte luchtbuizen een amphorisch karakter."

Sluiten